zondag 26 februari 2017

Inkoop- en aanbestedingsbeleid


Vraag:

Klopt het, dat jullie geen inkoop- en aanbestedingsbeleid hebben?

Antwoord:

Nee, dat klopt niet. Wij kopen (immers) niet in zonder beleid.

Wij kopen (immers) niet ‘zomaar’ in, maar (juist) met beleid.

We hebben het inkoop- en aanbestedingsbeleid (alleen) niet extern (openbaar) bekend gemaakt.

Voor zover u (ook) vraagt, hoe wij (dan) met onze privaatrechtelijke bevoegdheden in kwestie (zullen) omgaan?

Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. En spreekt eigenlijk (ook) voor zich, waardoor overigens de noodzaak tot (nog meer) aanbestedingsregels (dan er al zijn) in kwestie (ook) niet aanwezig is.

Inkoop en aanbesteding is namelijk steeds gericht op het behalen / bereiken van (de) gemeentelijke (organisatie-) doelstellingen, waaronder die uit / van het Collegeprogramma (in kwestie). In welk verband (dus) doelmatig wordt ingekocht.

En natuurlijk houden we ons daarbij aan de relevante wet- en regelgeving. In welk verband (dus) rechtmatig wordt ingekocht.

Een en ander (steeds) op basis van concreet maatwerk in het specifieke geval. Zoals inkoop en aanbesteding feitelijk (ook) is, althans behoort te zijn.

Aanverwant:

Onder meer:


en/of:



donderdag 9 februari 2017

Motivering (relevante redenen)


Rechtbank Noord-Nederland 2 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:376:


4.25.      Met betrekking tot voorwaarde (iii) de wijze van motiveren van de uiteindelijke keuze overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In artikel 1.15 lid 2 Aw 2012 is de wettelijke (uit het transparantiebeginsel voortvloeiende) motiveringsverplichting opgenomen. In dat artikellid is bepaald dat de aanbestedende dienst aan alle inschrijvers de gunningsbeslissing met de relevante redenen voor deze beslissing mee dient te delen. Uit de wetsgeschiedenis van de Aw 2012 blijkt niet dat de wetgever een andere toepassing voor ogen heeft gehad bij het transparantiebeginsel zoals verwoord in artikel 1.15 lid 2 Aw 2012 dan bij het transparantiebeginsel zoals dat geldt in Europese openbare aanbestedingsprocedures, zoals verwoord in artikel 2.130 Aw 2012. Aangenomen moet daarom worden dat de motivering van de gunningsbeslissing in een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure aan dezelfde vereisten dient te voldoen als de motivering van een gunningsbeslissing in een Europese aanbestedingsprocedure, met uitzondering van de in artikel 2.130 Aw 2012 opgenomen verplichting om de opschortende termijn te omschrijven.

4.26.      In de Aw 2012 is de term 'economisch meest voordelige inschrijving' de verzamelnaam voor drie gunningscriteria, waaronder het in deze aanbestedingsprocedure gehanteerde gunningscriterium: de beste prijs-kwaliteitverhouding. In de parlementaire geschiedenis van artikel 2.130 Aw 2012 is omtrent de motiveringsplicht in aanbestedingsprocedures waarin het gunningscriterium 'economisch meest voordelige inschrijving' wordt gehanteerd onder meer het volgende opgemerkt (zie MvT, Kamerstukken II, 2008/2009, 32 027, nr. 3, p. 7):
Indien de aanbestedende dienst het criterium 'economisch meest voordelige inschrijving' gebruikt, heeft deze voor de beoordeling van de inschrijvingen scores toegekend en op basis van de scores een rangschikking gemaakt. Het ligt dan in de rede dat de scores en relatieve positie ten opzichte van de 'winnaar' meegezonden worden als onderbouwing van de gunningsbeslissing. Een precieze invulling hangt veelal af van de omstandigheden van het geval, maar de relevante redenen kunnen onder meer de volgende elementen omvatten:
- bekendmaking van de eindscores zowel van de afgewezen inschrijver als van de geselecteerde ondernemer;
- de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken, en de reden waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet de maximale score is toegekend;
- verduidelijking van de toepassing van de gehanteerde criteria bij gunning volgens het criterium economisch meest voordelige inschrijving

4.27.      Gelet op dit toetsingskader is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gemeente de voorlopige gunningsbeslissing onvoldoende heeft gemotiveerd. Weliswaar heeft zij, voor het eerst in reactie op het bezwaar van [eiser] , enkele redenen genoemd waarom de winnende inschrijver Wylde Weide een hogere score heeft gekregen dan [eiser] , maar zij heeft nagelaten per wens de scores van Wylde Weide te vermelden. Zonder de scores van Wylde Weide op elk van de drie wensen te kennen, is niet na te gaan hoe [eiser] in verhouding tot Wylde Weide op de verschillende wensen heeft gescoord. Dit brengt mee dat niet valt te toetsen hoe zwaar de beoordelingscommissie de aspecten, waar Wylde Weide blijkens de reactie op het bezwaar beter op heeft gescoord dan [eiser] , heeft laten meewegen in de beoordeling. Zonder kennis van de scores van Wylde Weide op de drie wensen kan dan ook niet beoordeeld worden in hoeverre de motivering van de scores die de inschrijving van [eiser] per wens heeft gekregen die scores kunnen dragen. Hierbij klemt dat de inschrijvingen niet in absolute zin zijn beoordeeld, maar dat de inschrijvingen met elkaar zijn vergeleken. Dit brengt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat niet aan het eerder genoemde transparantiebeginsel is voldaan, met welk beginsel wordt beoogd te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen.

Lijkt me correct.

Vergelijk ook:


En ik lees / interpreteer een en ander, dat het geven van de ‘scores’ van de ‘winnaar’ in de zin van bijvoorbeeld het slechts kenbaar maken van door de ‘winnaar’ behaalde punten of cijfers, volstrekt onvoldoende is, om daadwerkelijk aan de motiveringsplicht te (kunnen) voldoen.

Punten of cijfers zeggen (immers) niks, zonder (nadere) onderbouwing (motivering).


zondag 5 februari 2017

Lastenverlichting


Zie:


Digitale handtekening niet mogelijk
Ondertekening van het formulier is niet verplicht als de handtekening betrekking heeft op meerdere documenten waarvan het EUA er één is (artikel 2 lid 2 Aanbestedingsbesluit). PIANOo adviseert daarom aanbestedende diensten in hun aanbestedingsdocumenten op te nemen dat een handtekening onder de inschrijving/aanmelding ook geldt als een ondertekening van het UEA.

Aan de slag dus:

Concept-Aanbestedingsdocument:

Par. < >
Een handtekening onder de inschrijving geldt ook als een ondertekening van het als bijlage < > aan dit Aanbestedingsdocument gehechte UEA.

Concept-Aanbestedingsdocument:

Par. < >
Een handtekening onder de inschrijving geldt ook als een ondertekening van het als bijlage < > aan dit Aanbestedingsdocument gehechte UEA dat door de inschrijver (nader) is ingevuld (bijgewerkt).

Concept-Aanbestedingsdocument:

Par. < >
            Een handtekening onder de inschrijving geldt ook als een verklaring van de inschrijver, dat het als bijlage < > aan dit Aanbestedingsdocument gehechte UEA door hem (nader) is ingevuld (bijgewerkt) en ondertekend.

Concept-Aanbestedingsdocument:

Par. < >
            Een handtekening onder de inschrijving geldt ook als een verklaring van de inschrijver, dat, mede met inachtneming van het bepaalde in het als bijlage < > aan dit Aanbestedingsdocument gehechte UEA, op hem geen uitsluitingsgronden (zie par. < >) van toepassing zijn, dat hij, al dan niet met een beroep op (een) derde (n), voldoet aan de in de aanbestedingsprocedure gestelde geschiktheidseisen (zie par. < >), en dat hij voldoet of zal voldoen aan de technische specificaties en uitvoeringsvoorwaarden die milieu en dierenwelzijn betreffen of die gebaseerd zijn op sociale overwegingen.

Mmmmmmmm…………………………

EUREKA!!!!

Concept-Aanbestedingsdocument:

Par. < >
            Door inschrijving op de Aanbestedingsprocedure verklaart de inschrijver, als voorlopig bewijs, dat op hem geen uitsluitingsgronden (zie par. < >) van toepassing zijn, dat hij, al dan niet met een beroep op (een) derde (n), voldoet aan de in de aanbestedingsprocedure gestelde geschiktheidseisen (zie par. < >), en dat hij voldoet of zal voldoen aan de technische specificaties en uitvoeringsvoorwaarden die milieu en dierenwelzijn betreffen of die gebaseerd zijn op sociale overwegingen.

Lastenverlichting!

Artikel 59 lid 1 Richtlijn 2014/24/EU noemt volgens mij ook slechts ‘aanvaarden de aanbestedende diensten’……..

Of……… Oh ja…….. Jammer……. Artikel 2.85 lid 1 Aanbestedingswet 2012 (juncto artikel 2 Aanbestedingsbesluit 2016):

De aanbestedende dienst verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geeft daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

Dan (toch) maar (naar analogie met het ARW 2016) in ieder geval:

Aanbestedingsdocument:

Par. < >
In het geval van een gebrek in het (als bijlage < > aan dit Aanbestedingsdocument gehechte) UEA (de eigen verklaring) of in geval van een gebrek met betrekking tot de bewijsmiddelen stelt de Aanbestedende dienst de betreffende Ondernemer / Inschrijver in de gelegenheid om het gebrek te herstellen binnen een termijn van 2 werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe. De Aanbestedende dienst verzendt dit bericht per elektronisch bericht. Indien de Aanbestedende dienst het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of indien het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de Ondernemer / Inschrijver niet in aanmerking voor verdere deelname aan de procedure.

Aanleiding (onder andere):

Rechtbank Noord-Holland 19 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10566:


En/of:



vrijdag 3 februari 2017

Een ‘nauwe samenhang’


Ter zake Rechtbank Midden-Nederland 11 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:280:


4.9.        […] De (juridische) voorwaarden waaronder een aanbesteding mag worden ingetrokken verschillen van de voorwaarden waaronder een ingetrokken aanbesteding mag worden heraanbesteed. Intrekking is als regel eerder geoorloofd dan heraanbesteding. Dit onderscheid heeft met name nut indien een aanbestedende dienst er voor kiest om een ingetrokken aanbesteding niet opnieuw aan te besteden. In de onderhavige zaak ligt dit echter anders. De gemeente Utrecht is wél van plan de opdracht opnieuw aan te besteden. Het gaat hier ook niet om een opdracht die achterwege kan of zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het oordeel waarom niet tot heraanbesteding mag worden overgegaan in dit geval eveneens de conclusie rechtvaardigt dat intrekking van de aanbesteding niet gerechtvaardigd is. Tussen intrekking en heraanbesteding is in dit geval sprake van een nauwe samenhang. Uit de stellingen van de gemeente Utrecht is onvoldoende gebleken dat wordt voldaan aan de door het Hof van Justitie (HvJ EU 18 juni 2002 C-92/00, EU:C:2002:379) geformuleerde criteria dat “de economische context of feitelijke omstandigheden” dan wel de “behoefte van de betrokken aanbestedende dienst” zijn gewijzigd en evenmin dat “het concurrentieniveau te laag was”. (ECLI:NL:RBROT:2016:8025)

Kan (moet) gewezen worden op:


Ter zake:

2.7.        Na een eerste, “inofficiële”, bijeenkomst -door de gemeente Utrecht aangeduid als de influistersessie- op 7 juni 2016 heeft de gemeente Utrecht op 15 juni 2016 een uitgebreide (80 punten) risico-en zorgenlijst aan [eiseres] gestuurd waarin zij [eiseres] vooral verzocht om onderdelen van haar bieding te onderbouwen of te verduidelijken. […]

4.10.      […] Daarbij is van belang dat partijen feitelijk slechts vijf keer overleg hebben gevoerd, dat de gemeente nooit heeft gereageerd op het concept Plan van Aanpak en dat hier sprake is van een aanbesteding volgens de Best Value-methode. Dat laatste brengt met zich dat na de voorlopige gunning een uitwerkingsfase start waarin de inschrijver aangeeft hoe hij de projectdoelstellingen optimaal gaat realiseren en waarin de inschrijver zijn beweringen verifieerbaar onderbouwd. De aanbestedende dienst vervolgens, zo blijkt uit de door de gemeente Utrecht in deze aanbesteding gegeven presentatie heeft dan als rol: “in plaats van sturen en controleren deelt opdrachtgever zijn zorgen stelt vragen”. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de gemeente Utrecht deze fase van het proces niet te goeder trouw ingegaan en is zij te snel tot de conclusie gekomen dat de aanbesteding moet worden ingetrokken. De gemeente had eerst serieus het gesprek moeten aangaan over het concept Plan van Aanpak en over de financiële onderbouwing.

Vraag ik me af, wat (dan) de insteek van de uitvraag in de aanbestedingsprocedure is geweest? Ik realiseer me, dat in de casus een (divers) aantal voor mij onbekende (f) actoren een rol spelen (zie bijv. r.o. 4.8). Maar (toch):

Had men met de ‘uitgebreide (80 punten) risico-en zorgenlijst’ vorengenoemd, (dan) wel een voornemen tot gunning moeten uitdoen?

En, was de insteek van de uitvraag dan (?) gericht op bijvoorbeeld (1):

Prestatieonderbouwing:

Bewering 1: Inschrijver zal de onderhoudskosten verlagen (27,5% voor kolken/lijnafwatering en 5% voor perceelaansluitleidingen) en tevens haar prestaties verbeteren.

Onderbouwing bewering 1: Inschrijver heeft (eerder) in de gemeenten X, Y en Z de onderhoudskosten verlaagd (27,5% voor kolken/lijnafwatering en 5% voor perceelaansluitleidingen) en tevens haar prestaties verbeterd. Daartoe gelden de navolgende (‘dominante’) kengetallen: < ingevuld door inschrijver >. En worden als (te benaderen) referenties opgevoerd: heer A van gemeente X, mevrouw B van gemeente Y en heer C van gemeente Z.

En (dus) bijvoorbeeld (2) niet op:

Prestatieonderbouwing:

Vanwege de navolgende onderbouwde aanpak is inschrijver bij onderhavige opdracht in staat om de onderhoudskosten te verlagen (meer concreet: 27,5% voor kolken/lijnafwatering en 5% voor perceelaansluitleidingen) en tevens zijn prestaties te verbeteren:

1 Aanpak: < ingevuld door inschrijver >.
1.1 Onderbouwing Aanpak: < ingevuld door inschrijver >.

In welk verband ik opmerk, dat ik in het kader van ‘mijn concrete opdracht’ niet zo veel kan met voorbeeld (1). En dat ik (dus) liever gericht vraag naar een concreet aanbod à la voorbeeld (2). Ik wil (immers) weten, waar ik aan toe ben. En geen onduidelijkheden en zorgen (delen). En vraag (zo nodig) vóór het voornemen tot gunning om verduidelijking / opheldering (waar overigens voorbeeld (2) doorgaans weinig aanleiding toe geeft).

Voor een, wat mij betreft, ‘nauwe samenhang’ met een en ander, lees ook:


En wellicht (mogelijk wel wat verder verwijderd) ook:



Speciale voorwaarden


Rechtbank Midden-Nederland 11 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:231:


4.15.      De hiervoor omschreven redelijke uitleg van de tussen partijen gemaakte afspraken is ook overeenkomstig het doel dat partijen bij hun opdracht aan de taxateurs hadden, namelijk het voorkomen van onrechtmatige staatssteun. De vraag of sprake is van onrechtmatige staatssteun kan (mede) worden beantwoord aan de hand van wat hierover wordt gezegd in de mededeling van de Europese Commissie betreffende staatssteunelementen (97/C 209/03), verder “de Mededeling. In de Mededeling staat het volgende geschreven: “Aan de verkoop kunnen in het algemeen belang speciale voorwaarden worden verbonden in verband met de gronden en gebouwen (…). Het economisch nadeel van een dergelijke verplichting dient door onafhankelijk taxateurs afzonderlijk te worden geraamd en kan in de aankoopprijs worden doorberekend.” Dit betekent dat de bedoeling van partijen om (ook) de verplichtingen uit de Aanvullende Overeenkomst II door de taxateurs in hun Bindend Advies te laten meewegen niet in strijd met de inhoud van de Mededeling is. Alleen door aldus te taxeren, wordt een antwoord verkregen op de vraag of bij de laatst gemaakte afspraken sprake is van staatssteun en juist dit is het doel dat partijen bij het sluiten van het Taxatieprotocol en de opdracht aan de taxateurs voor ogen hadden, zoals hiervoor al is overwogen.

Is correct.

Zie daartoe bijvoorbeeld ook par. 3.2 van:


De ‘Mededeling van de Commissie betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties (97/C 209/03)’ is vervangen door de ‘Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01)’. Zie par. 229 van laatstgenoemde Mededeling.

‘Speciale voorwaarden’ worden thans niet meer genoemd.

Ik veronderstel (echter), dat een en ander geen inhoudelijke consequenties hoeft te hebben, als gevolg van bijvoorbeeld ‘algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria’ uit par. 103 (2016/C 262/01):

[…] In het geval van de verkoop van gronden is een taxatie die een onafhankelijke deskundige vóór de aanvang van de onderhandelingen uitvoert om de marktwaarde te bepalen op grond van algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria, in beginsel voldoende.

En/of bijvoorbeeld vanwege ‘de economische situatie tot uiting brengen’ uit par. 101 (2016/C 262/01):

Of een transactie marktconform is, kan ook worden bepaald aan de hand van een algemeen aanvaarde standaardwaarderingsmethode. Dit soort methode moet zijn gebaseerd op de beschikbare objectieve, verifieerbare en betrouwbare gegevens die voldoende gedetailleerd zijn en die de economische situatie tot uiting brengen zoals die bestond op het tijdstip waarop tot de transactie werd besloten, rekening houdende met de risicograad en toekomstige verwachtingen. […]