woensdag 13 september 2017

Codificatie van jurisprudentie; de overheidsopdracht voor werken


Vóór 1 juli 2016 luidde (een deel van) artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 als volgt:

overheidsopdracht voor werken: een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die is gesloten tussen een of meer aannemers en een of meer aanbestedende diensten en die betrekking heeft op:
a.           de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van werken in het kader van in bijlage I van richtlijn nr. 2004/18/EG aangewezen werkzaamheden,
b.           de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van een werk, of
c.            het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet
               […]
werk: het product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen.

Thans luidt (een deel van) artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 als volgt:

overheidsopdracht voor werken: een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die is gesloten tussen een of meer aannemers en een of meer aanbestedende diensten en die betrekking heeft op:
a.           de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage II van richtlijn 2014/24/EU bedoelde activiteiten,
b.           de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van een werk, of
c.            het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende dienst die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of het ontwerp van het werk
[…]
werk: het product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen.

Het gaat in kwestie om sub c voornoemd uit de definitie van de overheidsopdracht voor werken. Sub c heeft (dus) sinds 1 juli 2016 een wijziging ondergaan.

De Memorie van toelichting op de nieuwe Aanbestedingswet 2012 per 1 juli 2016 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015-2016, 34 329, nr. 3, pag. 22-25) maakt geen melding van deze wijziging.

De Aanbestedingswet 2012 is grotendeels ‘implementatiewetgeving’. Richtlijn 2014/24/EU moe(s)t bijvoorbeeld omgezet worden in nationale (Nederlandse) regelgeving. Het is (echter) in beginsel niet verboden om een zogenoemde ‘kop’ op de betreffende nationale regelgeving te zetten. Alsdan wordt meer ‘geregeld’, dan waartoe de Europese richtlijnen verplichten.

Richtlijn 2014/24/EU beoogt onder meer (de) jurisprudentie van het Europese Hof te codificeren. Zie bijvoorbeeld Overweging 2 bij Richtlijn 2014/24/EU:

[…] Ook moeten basisbegrippen en -concepten worden verduidelijkt met het oog op de rechtszekerheid en om een aantal aspecten van de vaste rechtspraak dienaangaande van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de wetgeving op te nemen.

In kwestie is bijvoorbeeld r.o. 67 van het arrest HvJEG 25 maart 2010 in zaak C-451/08 (Helmut Müller) relevant:

Een aanbestedende dienst heeft zijn eisen in de zin van deze bepaling eerst vastgesteld, wanneer hij maatregelen heeft genomen om de kenmerken van het werk te definiëren of althans een beslissende invloed op het ontwerp ervan uit te oefenen.

In onderhavig verband vermeldt Overweging 9 van Richtlijn 2014/24/EU (inmiddels):

Om een werk te kunnen verrichten dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet, moet die dienst maatregelen hebben genomen om het soort werk te omschrijven, of althans een beslissende invloed op het ontwerp ervan uit te oefenen. Voor de vraag of een opdracht aan te merken is als een opdracht voor werken maakt het niet uit of de aannemer het werk geheel of ten dele zelf uitvoert, of het door een ander laat uitvoeren, mits de aannemer een directe of indirecte, in rechte afdwingbare verbintenis aangaat erop toe te zien dat de werken worden uitgevoerd.

En artikel 2 lid 1 sub 6 van Richtlijn 2014/24/EU:

„overheidsopdrachten voor werken”: overheidsopdrachten die betrekking hebben op een van de volgende:
a)           de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage II bedoelde activiteiten;
b)           de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;
c)            het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende dienst die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk en het ontwerp van het werk

De ‘kenmerken van het werk te definiëren’ uit Helmut Müller is dus blijkbaar gecodificeerd als ‘beslissende invloed uitoefent op het soort werk’. Daarmee lijkt het toepassingsgebied van het aanbestedingsrecht (zeker) niet ‘enger’, maar (eerder) ‘ruimer’, te zijn geworden.

Verder valt op, dat sub c van artikel 2 lid 1 sub 6 van Richtlijn 2014/24/EU bij “[…] op het soort werk en het ontwerp van het werk” melding maakt van ‘en’. In plaats van (anders) ‘of’ uit artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 bij “[…] op het soort werk of het ontwerp van het werk”.

En’ veronderstelt een minder groot toepassingsgebied van het aanbestedingsrecht, dan ‘of’. Bij ‘en’ moet immers (cumulatief) worden voldaan aan de twee voorwaarden ‘soort’ en ‘ontwerp’ (voordat het aanbestedingsrecht kan gaan spelen). Dus ook slechts bij ‘een beslissende invloed uitoefent op het soort werk’ kan (al) sprake zijn van een overheidsopdracht voor werken volgens de Aanbestedingswet 2012.

Zou in kwestie sprake (kunnen) zijn van een onjuiste implementatie door de Nederlandse wetgever?

Dat lijkt niet aannemelijk, gelet op de bijvoorbeeld de Engelse tekst van artikel 2 lid 1 sub 6 Richtlijn 2014/24/EU:

‘public works contracts’ means public contracts having as their object one of the following:
(a)          the execution, or both the design and execution, of works related to one of the activities within the meaning of Annex II;
(b)          the execution, or both the design and execution, of a work;
(c)          the realisation, by whatever means, of a work corresponding to the requirements specified by the contracting authority exercising a decisive influence on the type or design of the work;

Dus: ‘or’.

Of gelet op de Franse tekst van artikel 2 lid 1 sub 6 Richtlijn 2014/24/EU:

«marchés publics de travaux», des marchés publics ayant l’un des objets suivants:
a)           soit l’exécution seule, soit à la fois la conception et l’exécution de travaux relatifs à l’une des activités mentionnées à l’annexe II;
b)           soit l’exécution seule, soit à la fois la conception et l’exécution d’un ouvrage;
c)            la réalisation, par quelque moyen que ce soit, d’un ouvrage répondant aux exigences fixées par le pouvoir adjudicateur qui exerce une influence déterminante sur sa nature ou sa conception

Dus ‘ou’.

Het lijkt er dus op, dat de tekst van de Aanbestedingswet 2012 juist is. En de Nederlandse tekst van artikel 2 lid 1 sub 6 Richtlijn 2014/24/EU niet.

De verkoop van grond en gebouwen sec wordt niet bestreken door het aanbestedingsrecht. Zie bijvoorbeeld artikel 1 leden 1 en 2 Richtlijn 2014/24/EU:

1.           Bij deze richtlijn worden regels vastgesteld betreffende procedures voor aanbesteding door aanbestedende diensten met betrekking tot overheidsopdrachten en prijsvragen waarvan de geraamde waarde niet minder bedraagt dan de in artikel 4 vastgestelde drempels.
2.           Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop door middel van een overheidsopdracht van werken, leveringen of diensten door één of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers, ongeacht of de werken, leveringen of diensten een openbare bestemming hebben of niet.

Het gaat dan immers om ‘verkoop’. En niet om ‘aankoop’.

Zie trouwens ook r.o. 41 van het arrest HvJEG 25 maart 2010 in zaak C-451/08 (Helmut Müller):

Van meet af aan dient te worden gepreciseerd dat de verkoop van een onbebouwd of bebouwd kavel door een overheidsinstantie aan een onderneming geen overheidsopdracht voor werken in de zin van artikel 1, lid 2, sub b, van richtlijn 2004/18 vormt. In het kader van een dergelijke opdracht moet de overheidsinstantie immers optreden als koper en niet als verkoper. Bovendien moet een dergelijke opdracht betrekking hebben op de uitvoering van werken.

Dat is/wordt dus anders, wanneer (juist) geen ‘kale’ verkoopovereenkomst wordt beoogd / afgesloten, maar in de verkoopovereenkomst ook bepalingen / voorwaarden / verplichtingen (komen te) staan, waaruit een beslissende invloed van de aanbestedende dienst blijkt ter zake (realisatie van) het soort werk of het ontwerp van het werk.

Tsja…..

Je kunt (wel) wat vinden van de codificatie van jurisprudentie door de Europese wetgever…..

En wie echt niet wil aanbesteden, zal (toch echt) gebruik moeten maken van een ‘kale’ verkoopovereenkomst. En (dan) maar (moeten) ‘vertrouwen’ op het bestemmingsplan…….

Als dat ‘vertrouwen’ er niet is, en contractueel (ook) ‘de bestemming van het verkochte’ moet worden vastgelegd, komt thans al snel een overheidsopdracht voor werken in zicht…..

Vergelijk (toch):




Geen opmerkingen:

Een reactie posten