De ‘algemene vergadering’ is een ‘orgaan’ van de privaatrechtelijke
rechtspersoon ‘vereniging’. Zie daartoe artikel 2: 40 lid 1 Burgerlijk
Wetboek (hierna: ‘BW’):
Aan de algemene vergadering komen in de vereniging
alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen
zijn opgedragen.
En de privaatrechtelijke rechtspersoon vereniging kent ‘leden’. Zie artikel 2: 26 lid 1 BW:
De vereniging is een rechtspersoon met leden die is
gericht op een bepaald doel, anders dan een dat is omschreven in artikel 53 lid
1 of lid 2.
Vandaar dat de ‘algemene vergadering’ van een vereniging in de praktijk ook wel eens ‘algemene ledenvergadering’ (hierna: ‘ALV’) wordt genoemd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: ‘VNG’) is blijkens haar ‘Statuten Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2020 per 18 december 2019’ (hierna: ‘Statuten’) een privaatrechtelijke rechtspersoon met louter publiekrechtelijke rechtspersonen als leden.
Zie daartoe artikel 5 lid 1 van de Statuten:
Leden van de Vereniging kunnen uitsluitend gemeenten
zijn.
En artikel 2: 1 leden 1 en 3 BW:
1. De
Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen
waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, bezitten
rechtspersoonlijkheid.
[…]
3. De
volgende artikelen van deze titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de
voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.
Een besluit van de ALV betreft in beginsel slechts een besluit van de rechtspersoon vereniging zelf.
Een vereniging kan in het voorkomend geval wel verplichtingen ten laste van de leden aangaan. Zie daartoe artikel 2: 46 BW:
De vereniging kan, voor zover uit de statuten niet het
tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen en, voor zover
dit in de statuten uitdrukkelijk is bepaald, te hunnen laste verplichtingen
aangaan. Zij kan nakoming van bedongen rechten jegens en schadevergoeding aan
een lid vorderen, tenzij dit zich daartegen verzet.
In artikel 21 van de Statuten van de VNG is dan ook opgenomen:
“De algemene vergadering kan besluiten dat de
Vereniging ten laste van de leden in het besluit te omschrijven verplichtingen
zal aangaan.”
Uit het document ‘08c. Contractstandaarden Wmo 2015’, dat een bijlage was van de VNG ledenbrief “Uitnodiging Najaars ALV 29 november 2024” van 1 november 2024, volgt, dat de ALV toen werd gevraagd de ‘Contractstandaarden Wmo 2015’ vast te stellen.
Het ging toen om de ‘Contractstandaarden voor de Wmo voorzieningen voor dienstverlening’.
Op pagina 2 van het document ‘08c. Contractstandaarden Wmo 2015’ was opgenomen:
“Wanneer de ALV akkoord gaat met de invoering van CS
Wmo 2015 betekent dit dat de leden van de VNG zich verplichten de CS Wmo 2015
te gebruiken. Het is een vorm van zelfbinding.
Wanneer alle leden de standaarden gaan gebruiken geeft dat het grootste effect
op de vermindering van de administratieve lasten.”
De eerste zin daarvan is suggestief en misleidend.
De ALV van de VNG kan namelijk niet besluiten, ‘dat de leden van de VNG zich verplichten de CS Wmo 2015 te gebruiken’.
Alsof de ALV van een privaatrechtelijke rechtspersoon buiten het lidmaatschap van een publiekrechtelijke rechtspersoon om, iets zou kunnen bepalen omtrent het handelen (contracteren) van en door een publiekrechtelijke rechtspersoon. Zie bijvoorbeeld voor de betreffende bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders, artikel 160 lid 1 sub d Gemeentewet.
Of de ALV van een hockeyvereniging zou kunnen bepalen, dat de leden thuis terracotta sokken moeten dragen.
Quod non.
Verder vindt het bepaalde in artikel 21 van de Statuten van de VNG geen toepassing. In dat artikel is immers bepaald, dat ‘de Vereniging’ verplichtingen zal aangaan, maar ‘de Vereniging’ gaat de ‘Contractstandaarden Wmo 2015’ niet gebruiken (dat moeten de leden volgens de VNG doen).
Het zal dan ook wel niet voor niks zijn geweest, dat de tweede zin van de aangehaalde tekst luidt: “Het is een vorm van zelfbinding.”
Een ‘vorm van zelfbinding’ houdt (echter) hier (dus) concreet in, dat wanneer een gemeente, om wat voor reden dan ook, niet ‘voor’ de ‘Contractstandaarden Wmo 2015’ heeft gestemd in de betreffende ALV, de gemeente ook niet (zelf) gebonden is aan het gebruik van de ‘Contractstandaarden Wmo 2015’.
Overigens is de toen door de VNG in het document ‘08c. Contractstandaarden Wmo 2015’ genoemde ‘vermindering van de administratieve lasten’ een vaag en niet eenduidig begrip.
‘Vaag’, omdat ‘vermindering van de administratieve lasten’ niet nader gedefinieerd is en/of niet van KPI’s is voorzien. En ‘niet eenduidig’, omdat ‘vermindering van de administratieve lasten’ zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver betreft.
Het zou (dus) zomaar kunnen zijn, dat een gemeente bijvoorbeeld reeds lasten verlichtende aanbestedingsdocumenten heeft (had), en dus geen reden had om ‘voor’ de ‘Contractstandaarden Wmo 2015’ te stemmen.
Het bepaalde in artikel 2: 8 lid 1 BW:
Een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en
de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten zich als zodanig jegens
elkander gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt
gevorderd.
Dwingende toen verder ook niet tot ‘voor’ stemmen.
Immers, wat voor de een redelijk en billijk is, hoeft dat voor een ander niet te zijn.
NB: De reden voor deze blog is, dat er (blijkbaar) binnenkort ‘Contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015’ ter besluitvorming van de ALV van de VNG worden aangeboden.
De VNG lijkt sinds 15 januari 2026 wel nieuwe statuten te hebben. Artikel 5 lid 1 oud lijkt artikel 4 lid 1 nieuw te zijn geworden. En artikel 7 lid 1 nieuw lijkt de vervanger van artikel 21 oud. Artikel 7 lid 2 nieuw lijkt me hier niet relevant.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten