De ‘twee parallelle kortgedingprocedures’ genoemd in deze Blog:
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/10/de-keuze-voor-de-laagste-prijs.html
Zijn vandaag gepubliceerd.
Het gaat om Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14729:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14729
5.12. De
voorzieningenrechter oordeelt dat de manier waarop in deze Aanbesteding invulling
wordt gegeven aan het verstrekken van nadere opdrachten onder de
raamovereenkomsten niet is toegestaan. Daarmee kleeft aan de Aanbesteding een
fundamenteel gebrek. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dat
oordeel komt.
5.13. In
Afdeling 2.4.1 van de AW zijn de voorschriften opgenomen voor het plaatsen van
raamovereenkomsten. In artikel 2.142 AW zijn de voorschriften opgenomen voor
raamovereenkomsten met één ondernemer, zoals hier aan de orde. Artikel 2.142 AW
is een implementatie van artikel 33 lid 2 van Richtlijn 2014/24/EU. Artikel
2.142 lid 1 AW bepaalt dat bij raamovereenkomsten met een enkele ondernemer, de
op die raamovereenkomst gebaseerde overheidsopdrachten worden gegund volgens de
in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden. Artikel 2.142 lid 2 AW voegt toe
dat overheidsopdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele
ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen
en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen. In dat
laatste geval wordt de grens gevormd door de wezenlijke wijziging.
5.14. Gunning
moet dus plaatsvinden op basis van de voorwaarden uit de raamovereenkomst. Dat
impliceert dat een raamovereenkomst met één ondernemer alleen kan worden
aangegaan als in de raamovereenkomst alle voorwaarden voor de
overheidsopdrachten zijn bepaald. Voor zover dat niet het geval is, mag het
slechts gaan om voorwaarden die de opdracht niet wezenlijk wijzigen. Dat volgt
ook uit de door de gemeente aangehaalde Explanatory Note van de Europese
Commissie bij de oude Aanbestedingsrichtlijn (klassieke sectoren, 2004/18/EG).
De raamovereenkomst dient de voorwaarden verregaand vast te leggen en mag er
niet toe leiden dat bij het gunnen van nadere opdrachten aan de betreffende
ondernemer in feite nieuwe overheidsopdrachten worden aanbesteed waarvoor ook
andere inschrijvers belangstelling zouden hebben gehad, die nu dus niet kunnen
meedingen. (Zie onder meer Conclusie AG Europese Hof van Justitie van 3 oktober
2018, ECLI:EU:C:2018:797 en Commissie van Aanbestedingsexperts advies 790).
5.15. In
deze aanbesteding bestaat een reëel risico dat de opdracht wel wezenlijk wordt
gewijzigd als nadere bestellingen onder de raamovereenkomst worden gedaan. De
aanbestedingssystematiek laat te veel ruimte voor het nader invullen en
aanpassen van de producten die de gemeente kan afnemen. Het kernassortiment
staat immers niet vast. Er is weliswaar een uitgangsassortiment (hetgeen de
gemeente thans gebruikt), maar het kernassortiment onder de te sluiten raamovereenkomst
wordt gaandeweg vastgesteld aan de hand van offertes die de opdrachtnemer
opvraagt bij fabrikanten/leveranciers. Verder worden producten die uit de markt
worden gehaald wegens end of life in het kernassortiment vervangen door
andere, tevoren niet voldoende omschreven producten. Die kunnen in voorkomend
geval sterk afwijken van hu voorgangers. Dat er wel specificaties zijn
opgegeven waaraan het kernassortiment moet voldoen, verandert het voorgaande
niet. Dell heeft ter zitting aangevoerd dat juist bij werkplek hardware een
ogenschijnlijk kleine wijziging van de specificaties voor een compleet andere
uitkomst kan zorgen. Het specificeren van een bepaald aantal USB-poorten,
maximaal gewicht of minimale schermgrootte kan volgens Dell betekent dat een
andere productlijn of zelfs een andere fabrikant moet worden gekozen om aan die
eisen te voldoen. De gemeente heeft dit niet betwist.
5.16. Ook
laten de Aanbestedingsstukken veel ruimte voor aanpassing van het
kernassortiment, zie onder meer PVE 52,53 en 144. Daarnaar gevraagd in het
kader van de NVI’s heeft de gemeente aangegeven de standaardmiddelen uit het
kernassortiment naar behoefte te willen bijwerken.
5.17. Daarbij
komt dat de Aanbesteding ruimte laat voor bestellingen buiten het
kernassortiment (te bestellen via het Slim Scherm). Hoewel het hier volgens de
gemeente om kleine aantallen zou gaan, zijn dit per definitie voor de
inschrijvers onbekende producten.
5.18. Al
met al zijn de voorwaarden voor de nadere opdrachten onvoldoende bepaald in de
raamovereenkomst.
5.19. De
Aanbesteding voldoet dus niet aan de door de wet aan aanbestedingen leidend tot
een raamovereenkomst met één partij gestelde eisen. Dat leidt in dit geval tot
een schending van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. Er is dus sprake
van een fundamenteel gebrek.
En om Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14726:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14726
5.31. De voorzieningenrechter oordeelt dat het
transparantiebeginsel is geschonden en dat de aanbesteding daarmee fundamenteel
gebrekkig is. Hierna wordt uitgelegd hoe de voorzieningenrechter tot dat
oordeel komt.
5.32. Volgens vaste rechtspraak moeten op basis
van het transparantiebeginsel alle voorwaarden en modaliteiten van een
aanbestedingsprocedure in de aanbestedingsstukken op een duidelijke, precieze
en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd, zodat alle behoorlijk
geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen
begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren. Dit betekent dat de
aanbestedingsstukken moeten worden uitgelegd zoals elke behoorlijk
geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver dat zou doen.
5.33. In dit geval zijn de aanbestedingsstukken
niet duidelijk en eenduidig over het uurtarief waarmee rekening moet worden
gehouden bij de inschrijving voor de optionele dienst plaatsing en installatie
van werkplek hardware. Aanvankelijk was op het Prijzenformulier achter deze
optionele dienst vermeld dat “het wettelijke minumumloon [hier] in [moet]
opgenomen worden als ondergrens, nog te bepalen van welke leeftijd het
minumumloon geldt”. In het herziene Prijzenformulier is dat verwijderd (zie 3.6
slot). Toen de gemeente gevraagd werd te bevestigen dat het wettelijke
minimumloon de ondergrens is voor de uurtarieven, heeft de gemeente dat niet
bevestigd. Daaraan heeft zij toegevoegd dat aan wet- en regelgeving dient te
worden voldoen, ook bij inschrijving (zie vraag 294 van NVI 2, weergegeven in
3.13). Daarmee heeft de gemeente, zo heeft zij toegelicht, twee verschillende
dingen willen aangeven, Met het eerste heeft zij willen aangeven dat het
wettelijke minimumloon niet de ondergrens is voor het uurtarief (niet voor
plaatsing en installatie en ook niet voor andere optionele diensten). De
gemeente wijst er in dat kader ook op dat bij vraag 290 expliciet is aangegeven
dat nul-bedragen niet zijn toegestaan maar bedragen van € 0,01 wel. Met het
tweede deel van haar antwoord op vraag 294 heeft zij duidelijk willen maken dat
inschrijvers zich in het algemeen vanzelfsprekend aan wet- en regelgeving
dienen te houden, en dus ook bij de salariëring van hun werknemers. Volgens de
gemeente staat het tarief dat in rekening wordt gebracht bij de gemeente voor
de optionele diensten, ook los van die salariëring. De gemeente heeft voorts
navraag gedaan bij de inschrijvers die met 0,01 hebben ingeschreven en hun
verklaringen, voldoende geacht.
5.34. Niet betwist is dat Computacenter, Bechtle
en Aces in de veronderstelling verkeerden dat bij het uurtarief waarmee werd
ingeschreven voor de dienst plaatsing in installatie rekening moest worden
gehouden met het minimumuurloon en dat ook hebben gedaan. Zij hoefden niet te
begrijpen dat men ook met een inschrijving met een uurtarief van € 0,01 kon
“wegkomen”. Een inschrijver kon er immers van uitgaan dat het aan de gemeente
in rekening te brengen uurtarief in elk geval enig verband zou houden met het
door de inschrijver aan zijn personeel te betalen uurloon. De gemeente heeft
niet duidelijk in de aanbestedingsstukken tot uitdrukking gebracht dat het
uurtarief daarvan geheel los kon staan (mits dat kon worden toegelicht,
waarover hierna). Dat sommige inschrijvers de tekst wel hebben opgevat zoals de
gemeente die heeft bedoeld doet aan deze onduidelijkheid niet af.
5.35. Ook de manier waarop de gemeente heeft
beoordeeld of het uurtarief waarmee de winnende inschrijver heeft ingeschreven
- een tarief van € 0,01 - niet abnormaal laag is, was voor de inschrijvers niet
kenbaar. Vooropgesteld wordt dat het evident is dat een inschrijving met een
dergelijke lage prijs een toelichting behoefde. Het is, naar tussen partijen
ook vast staat, objectief onmogelijk om voor dit bedrag de bedoelde diensten
kostendekkend te leveren. De gemeente heeft ter zitting verklaard dat zij de
winnende inschrijvers om een toelichting heeft gevraagd om te kunnen beoordelen
of het tarief niet abnormaal laag is. De toelichting die werd gegeven kwam er
volgens de gemeente op neer dat ofwel sprake is van diensten die zijn
inbegrepen in de normale service en dienstverlening bij levering van hardware
ofwel dat deze verdisconteerd zijn in het opslagpercentage. Het was voor
Computacenter c.s. niet voorzienbaar dat een dergelijke uitleg zou volstaan.
Het bestaan van deze post veronderstelt immers dat het om extra werkzaamheden
gaat, die normaliter tegen betaling worden aangeboden.