Vóór 27 juli 2026 luidde artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689 als volgt:
Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van
AI-systemen nemen maatregelen om, zoveel als mogelijk, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun
personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en
gebruiken, en houden daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring,
onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden
gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de
AI-systemen zullen worden gebruikt.
Vanaf 27 juli 2026 geldt als (gewijzigd) artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689:
1. Aanbieders
en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om de
ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die
namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken, te ondersteunen, en houden
daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en
de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de
personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden
gebruikt. Deze verplichting houdt niet in dat aanbieders of
gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid moeten
waarborgen voor personen.
2. De
Commissie en de lidstaten ondersteunen en faciliteren de inspanningen van
aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, met name kmo’s, bij
het nakomen van hun verplichting uit hoofde van lid 1 van dit artikel. Daartoe
publiceert de Commissie op het in artikel 62, lid 3, punt b), bedoelde centraal
informatieplatform praktische voorbeelden van hoe die verplichting na te leven.
3. De
AI-board stelt, rekening houdend met Europese competentiekaders, aanbevelingen
vast om de Commissie en de lidstaten te ondersteunen bij de bevordering van de
krachtens lid 1 vereiste AI-geletterdheid, onder meer door gemeenschappelijke
doelstellingen vast te stellen.”
Zie daartoe de ‘VERORDENING (EU) 2026/1744 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 8 juli 2026 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689, (EU) 2018/1139 en (EU) 2023/1230 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (Digitale omnibus inzake AI)’, waaronder Overweging 8:
Het huidige artikel 4 van Verordening (EU) 2024/1689
schrijft alle aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen voor de
AI-geletterdheid van hun personeel te waarborgen. De ontwikkeling van
AI-geletterdheid door middel van onderwijs, opleiding en een leven lang leren
is van cruciaal belang om aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en andere
betrokkenen van de nodige vaardigheden te voorzien om onderbouwde beslissingen
te nemen met betrekking tot de inzet van AI-systemen. Uit door belanghebbenden
gedeelde ervaringen is echter gebleken dat voor de bevordering van
AI-geletterdheid een oplossing in de vorm van het opleggen van strenge
verplichtingen die een toereikend niveau van AI-geletterdheid waarborgen, niet
geschikt is voor alle soorten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken.
Daarnaast blijkt uit gegevens dat het opleggen van dergelijke verplichtingen
extra regeldruk met zich brengt, met name voor kleinere ondernemingen, terwijl
AI-geletterdheid een strategische prioriteit moet vormen, ongeacht de
verplichtingen op het gebied van regelgeving en mogelijke sancties. In het
licht van die informatie moet artikel 4 van Verordening (EU) 2024/1689 worden
gewijzigd om aanbieders en gebruiksverantwoordelijken te verplichten
maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen
bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en
gebruiken. De Commissie en de lidstaten moeten de inspanningen van aanbieders
en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen ondersteunen en faciliteren,
onder meer door opleidingsmogelijkheden aan te bieden, informatiebronnen te
verstrekken en de uitwisseling van goede praktijken en andere initiatieven
mogelijk te maken. Bij het nakomen van deze verplichting kunnen de Commissie en
de lidstaten rekening houden met de Europese competentiekaders, bijvoorbeeld
het digitale competentiekader voor burgers (DigComp) en het kader voor
AI-geletterdheid voor het basis- en secundair onderwijs. De Europese raad voor
artificiële intelligentie (European Artificial Intelligence Board - de
“AI-board”) moet de Commissie en de lidstaten ondersteunen door aanbevelingen
vast te stellen waarin gemeenschappelijke doelstellingen worden geformuleerd
die moeten worden verwezenlijkt om aan hun verplichtingen te voldoen, en moet
zorgen voor regelmatige uitwisseling tussen de Commissie en de lidstaten over
dit onderwerp, terwijl de AI-toepassingsalliantie besprekingen met de bredere
gemeenschap mogelijk moet maken.
Artikel 3 sub 1, sub 4 en sub 56 Verordening (EU) 2024/1689 is niet gewijzigd door de ‘Digitale omnibus inzake AI’ (VERORDENING (EU) 2026/1744), en dus nog steeds relevant:
1) “AI-systeem”: een op een machine gebaseerd systeem dat is ontworpen om met verschillende niveaus van autonomie te werken en dat na het inzetten ervan aanpassingsvermogen kan vertonen, en dat, voor expliciete of impliciete doelstellingen, uit de ontvangen input afleidt hoe output te genereren zoals voorspellingen, inhoud, aanbevelingen of beslissingen die van invloed kunnen zijn op fysieke of virtuele omgevingen
4) “gebruiksverantwoordelijke”: een natuurlijke of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of ander orgaan die/dat een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt, tenzij het AI-systeem wordt gebruikt in het kader van een persoonlijke niet-beroepsactiviteit
56) “AI-geletterdheid”:
vaardigheden, kennis en begrip die aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en
betrokken personen, rekening houdend met hun respectieve rechten en plichten in
het kader van deze verordening, in staat stellen geïnformeerd AI-systemen in te
zetten en zich bewuster te worden van de kansen en risico’s van AI en de
mogelijke schade die zij kan veroorzaken
Ik denk daarmee nog steeds, dat in verband met het gebruik van een AI-systeem in een Europese aanbestedingsprocedure door de aanbestedende dienst, AI-geletterdheid een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de betreffende gebruiker vereist.
Zonder een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de gebruiker wordt de gebruiker immers niet in staat gesteld om het betreffende AI-systeem geïnformeerd in te zetten, kan door hem/haar niet de output van het gebruikte AI-systeem worden geïnterpreteerd, en is hij/zij zich ook niet bewust van de risico’s van AI en de mogelijke schade die AI ter zake de door Uniewetgeving beschermde openbare belangen en grondrechten kan veroorzaken.
De door een werkgever in verband met artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689 te nemen ‘maatregelen’ hebben dus in het voorkomend geval ook betrekking op de ontwikkeling van een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de werknemer/gebruiker.
Zie eerder:
https://keesvandewater.blogspot.com/2025/10/ai-geletterdheid-volgens-verordening-eu.html
en
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/01/een-ai-controledrive.html