Het hoger beroep inzake het vonnis Rechtbank Rotterdam 29 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5011 dat gaat over artikel 1.5 Aanbestedingswet 2012, 43 aanbestedende gemeenten en ca. 23.000 laadpalen (zie deze blog) treft geen doel.
En daartoe blijkt het bepaalde in artikel 3 lid 2 (gedeeltelijk) van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG relevant:
„Partnerondernemingen” zijn alle ondernemingen die niet als verbonden ondernemingen in de zin van lid 3 worden aangemerkt en waartussen de volgende band bestaat: een onderneming (van een hoger niveau) heeft, alleen of samen met een of meer verbonden ondernemingen in de zin van lid 3, 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten van een andere onderneming (van een lager niveau).
Ook al wordt de drempel van 25 % bereikt of overschreden, toch kan een onderneming als zelfstandige onderneming of als onderneming zonder partnerondernemingen worden aangemerkt, indien het om de volgende categorieën investeerders gaat en mits dezen individueel noch gezamenlijk met de betrokken onderneming verbonden zijn in de zin van lid 3:
a) openbare
participatiemaatschappijen, risicokapitaalmaatschappijen, natuurlijke personen
of groepen natuurlijke personen die geregeld risicokapitaal beleggen („business
angels”) en eigen middelen in niet ter beurze genoteerde ondernemingen
investeren, mits de totale investering van deze „business angels” in een zelfde
onderneming 1 250 000 EUR niet overschrijdt […]
Zie namelijk het arrest Hof Den Haag 28 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2482:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2482
3.5 De
Gemeenten hebben gesteld (punten 3.6 en 3.7 conclusie van antwoord) dat gelet
op deze cijfers Park&Charge feitelijk niet als mbk-bedrijf kan worden
beschouwd. In haar pleitnota in hoger beroep (punten 4 en 5) heeft Fimih/RD
zich hierbij aangesloten.
3.6 Park&Charge
heeft er - met juistheid - op gewezen dat op grond van artikel 2 lid 1 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG betreffende
de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (hierna kortweg:
Aanbeveling 2003) een onderneming kwalificeert als mkb-partij indien zij minder
dan 250 personen in dienst heeft en de jaaromzet niet hoger is dan 50 miljoen
euro of het jaarlijks balanstotaal niet hoger is dan 43 miljoen euro. Volgens
Park&Charge valt zij met (in 2025) 19 werknemers en een jaaromzet van 31
miljoen euro binnen deze definitie en geldt dat ook voor Qwello GmbH die in
2024 92 werknemers had en een geconsolideerde jaaromzet van 26 miljoen euro.
Daarbij betoogt Park&Charge dat de omzetten van haar indirecte moeder TIP
Charging Holdco LTD irrelevant zijn voor de positie van Park&Charge en/of
Qwello GmbH als mkb-bedrijf. Anders zou vrijwel iedere mkb-partij die een
private investeerder aantrekt, de mkb-status verliezen, en dat kan niet de
bedoeling zijn, aldus Park&Charge.
3.7 Hoewel
de lidstaten niet verplicht zijn de definitie van Aanbeveling 2003 te
gebruiken, in elk geval niet bij een niet-communautaire regel als artikel 1.5
Aw, acht het hof het - met partijen - aangewezen om dat wel te doen, om de redenen
die zijn genoemd in overweging (i) bij die Aanbeveling.
3.8 In
de bijlage bij Aanbeveling 2003 (hierna: de Bijlage) worden ondernemingen die
in Nederland onder de noemer ‘mkb’ worden geschaard, aangeduid als KMO’s
(kleine, middelgrote en micro-ondernemingen). Bij de berekening van het aantal
werkzame personen en van de financiële bedragen wordt ingevolge de Bijlage niet
alleen gekeken naar de onderneming zelf (hierna: de Z-onderneming), maar ook
naar de partnerondernemingen en de verbonden ondernemingen. Van een verbonden
onderneming is onder meer sprake wanneer een andere onderneming de meerderheid
van de stemrechten van de aandeelhouders van de Z-onderneming bezit, ook
wanneer deze band via een of meerdere andere ondernemingen wordt onderhouden (artikel
3 lid 3, 1e alinea bij a en 3e alinea van de Bijlage). Dit betekent dat wanneer
een onderneming, al dan niet via andere ondernemingen, meer dan 50% van de
Z-onderneming bezit, deze een verbonden onderneming is. Van een
partneronderneming is sprake als deze meer dan 25% van de Z-onderneming bezit,
maar geen verbonden onderneming is (artikel 3 lid 2 van de Bijlage). Deze
laatste voorwaarde impliceert dat een partneronderneming niet meer dan 50% van
de Z-onderneming bezit. Voor de KMO-beoordeling moet een gedeelte van de
cijfers van partneronderneming en 100% van de (nog niet door consolidatie in de
rekening opgenomen) cijfers van de verbonden onderneming bij de cijfers van de
Z-onderneming worden opgeteld (artikel 6 lid 2 van de Bijlage).
3.9 Uit
het onder 3.4 overwogene blijkt dat Tip Charging Holdco Ltd een met
Park&Charge verbonden onderneming is: Tip Charging Holdco Ltd heeft meer
dan 50% van de aandelen in Qwello GmbH die indirect (via andere
vennootschappen) 100% van de aandelen in Park&Charge bezit. Omdat Tip
Charging Holdco Ltd in 2024 een winst heeft behaald van circa 48 miljoen euro
moet worden aangenomen dat zij in dat jaar een omzet had van (veel) meer dan 50
miljoen euro. Haar balanstotaal in dat jaar was 157 miljoen euro. Door
Charge&Park is niets gesteld dat er op zou kunnen duiden dat na 2024 de
omzet en/of het balanstotaal van TIP Charging Holdco Ltd in relevante mate
zou(den) zijn gedaald. Nu voor de KMO-beoordeling deze cijfers van TIP Charging
Holdco Ltd volledig (voor 100%) worden opgeteld bij die van Park&Charge
zelf (jaaromzet van 31 miljoen euro) worden de in artikel 2 lid 1 van de
Bijlage genoemde drempelwaarden - maximaal 50 miljoen euro jaaromzet of
jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro - ruimschoots overschreden.
Dit betekent dat Park&Charge niet als KMO/mkb-bedrijf kan worden
aangemerkt.
3.10 Met
haar argument dat deze uitkomst ertoe zou leiden dat vrijwel ieder mkb-bedrijf
dat private equity aantrekt, de
mkb-status verliest, gaat Park&Charge er overigens aan voorbij dat in
artikel 3 lid 2, 2e alinea van de Bijlage een voorziening is getroffen voor
(onder meer) private equity-investeringen,
die inhoudt dat een risicokapitaalmaatschappij ook bij overschrijding van de
25%-drempel van artikel 3 lid 2, 1e alinea van de Bijlage, niet als
partneronderneming wordt aangemerkt zolang zij geen verbonden onderneming is.
Met andere woorden: bij een participatie van een private equity-investeerder van 25-50% blijft een mkb-bedrijf die
status gewoon behouden.
3.11. Uit
het voorgaande volgt dat Park&Charge geen beroep kan doen op artikel 1.5
Aw. In aanmerking nemend dat Park&Charge niet heeft aangevoerd dat de
samenvoeging van de opdrachten/het niet opdelen in percelen in strijd is met
proportionaliteitsbeginsel van artikel 1.10 Aw, althans in hoger beroep niet
heeft aangevoerd dat de voorzieningenrechter dit heeft miskend, volgt hieruit
dat de Gemeenten de opdrachten mochten samenvoegen en niet in percelen hoefden
op te delen. De primaire en subsidiaire vordering van Park&Charge stuiten
hierop af.
TIP Charging Holdco LTD is volgens r.o. 3.4 van het arrest de holding van private equity investeerder Tiger Infrastructure Partners die met dit bedrijf investeert, en kan dus in deze casus (ook) als een ‘verbonden business angel’ worden aangemerkt.
Het ging verder blijkbaar ook op het scherpst van de snede:
3.12 In de appeldagvaarding heeft Park&Charge opgemerkt dat de onderhavige aanbestedingsprocedure een zodanige omvang heeft dat zij niet in staat is de opdracht uit te voeren (punt 4.13) en dat zij, gelet op de onrechtmatigheid van die procedure, niet zal inschrijven (punt 2.3). In de in rov. 1.f vermelde brief van 12 december 2025 is namens Park&Charge onder meer het volgende naar voren gebracht (onderstreping door het hof):
‘Uitgangspunt van het bezwaar van Park&Charge is dat de Gemeente Rotterdam in strijd met artikel 1.5 Aw de Concessieopdracht niet in percelen deelt. Dit gegeven op zichzelf, maar zeker in combinatie met de andere, hierna te bespreken bezwaren, maken het voor mkb-bedrijven zoals Park&Charge onmogelijk om in te schrijven’.
Het hof begrijpt uit dit een en ander dat de in de
visie van Park&Charge te grote omvang van de opdracht voor haar een
zelfstandig reden vormde om van inschrijving af te zien. Nu haar bezwaren tegen
de omvang van de opdracht niet zijn gehonoreerd en de opdracht dus in de
oorspronkelijke omvang mag worden aanbesteed heeft Park&Charge - zoals de
Gemeenten hebben aangevoerd - geen belang meer bij haar transparantie- en
proportionaliteitsbezwaren tegen de inhoudelijke eisen die in de
aanbestedingsstukken zijn opgenomen. Immers, ook wanneer deze bezwaren gegrond
zouden worden bevonden, dan zou Park&Charge daar geen profijt van kunnen
hebben omdat de omvang van de opdracht toch al een beletsel voor inschrijving
door haar zou vormen. Niets wijst er op dat Park&Charge wel alsnog zou
willen inschrijven wanneer aan haar transparantie- en
proportionaliteitsbezwaren tegemoet zou worden gekomen maar de omvang van de
opdracht ongewijzigd zou blijven. De meer subsidiaire vordering van Park&Charge
loopt hierop stuk.
Lees ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2019/06/de-definitie-van-mkb.html