Zo:
“Nee. Ik ben niet blij, dat ik niet uitgesloten ben en wel in de ranking ben opgenomen. Als ik immers zie, hoe de gemeente met haar eigen spelregels omgaat, dan vertrouw ik (ook) die ranking niet.”
Zou je (de aanleiding van) het vonnis Rechtbank Rotterdam 29 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9314 (ook) kunnen uitleggen:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9314
3.2. In
paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag (het Beschrijvend Document) staat het
volgende: “Uw inschrijving moet voldoen
aan het programma van eisen in bijlage D. Voldoet u niet, dan nemen wij uw
inschrijving niet verder in behandeling.”.
[…]
5.2. Uit
paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag volgt dat een inschrijving niet verder in
behandeling wordt genomen als die inschrijving niet aan het Programma van Eisen
voldoet. Eén van de eisen (nr. 39) uit het Programma van Eisen is dat de opdrachtnemer
de ritten plant met een vaste chauffeur per route, waarbij de inzet van twee
vaste chauffeurs - volgens een wekelijkse structuur - ook is toegestaan. Uit de
voorlopige gunningsbeslissing blijkt dat de Gemeente van mening is dat de
inschrijving van Munckhof niet aan deze eis voldoet.
5.3. Door
de inschrijving van Munckhof vervolgens wel in behandeling te nemen en in de
kwalitatieve beoordeling van de inschrijving te betrekken dat de inschrijving
van Munckhof naar de mening van de Gemeente niet aan eis 39 voldoet, heeft de
Gemeente haar eigen spelregels niet gevolgd. Als de Gemeente die spelregels wel
had gevolgd, had zij de inschrijving van Munckhof niet in behandeling moeten
nemen. Het verweer van de Gemeente dat zij het in dit geval disproportioneel
vond om de inschrijving niet in behandeling te nemen en dat zij er daarom voor
heeft gekozen om het niet voldoen aan eis 39 in de kwalitatieve beoordeling van
de inschrijving van Munckhof te betrekken, snijdt geen hout. Paragraaf 4.2 van
de Offerteaanvraag laat namelijk geen ruimte voor een proportionaliteitstoets.
Er is geen sprake van een discretionaire bevoegdheid van de Gemeente om de
inschrijving al dan niet buiten behandeling te stellen als niet aan het
Programma van Eisen wordt voldaan. Door desondanks een proportionaliteitstoets
aan te leggen, heeft de Gemeente in strijd met het transparantiebeginsel
gehandeld. In dat verband is van belang dat andere belangstellenden mogelijk
van inschrijving hebben afgezien, omdat zij niet zonder meer aan eis 39 konden
voldoen. Zij hoefden er geen rekening mee te houden dat de Gemeente dit via een
proportionaliteitscorrectie zou oplossen. De Gemeente stelt zich verder op het
standpunt dat een inschrijver bij het indienen van de inschrijving verklaart te
voldoen aan het Programma van Eisen en dat dit aan buiten behandelingstelling
van de inschrijving van Munckhof in de weg zou staan. De voorzieningenrechter
volgt de Gemeente niet in dit standpunt. Iedere inschrijver verklaart immers
met het doen van een inschrijving dat zij aan het Programma van Eisen voldoet.
Als dit zou betekenen dat een inschrijving niet meer ongeldig kan worden
verklaard op het moment dat de Gemeente van mening is dat een inschrijving toch
niet aan het Programma van Eisen voldoet, zou paragraaf 4.2 van de
Offerteaanvraag een lege huls zijn en zou dus het oordeel over de geldigheid
niet meer bij de Gemeente liggen, maar bij de inschrijver. Dat is een
onbegrijpelijke uitleg van de aanbestedingsstukken.
[…]
5.10. De
voorzieningenrechter is van oordeel dat de gebreken die samenhangen met eis 39
niet, althans onvoldoende kunnen worden hersteld door de inschrijving van
Munckhof (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen.
Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Dit geldt te meer
doordat ze betrekking hebben op de beoordeling op het zwaarst wegende
subgunningscriterium G3. Bovendien valt voor de voorzieningenrechter (en
Munckhof) niet te controleren of de Gemeente andere inschrijvingen die naar
haar mening niet aan het Programma van Eisen voldoen op grond van een
proportionaliteitstoets toch - ten onrechte - inhoudelijk heeft beoordeeld. Er
rest dan ook meer één uitkomst: de Gemeente zal de Opdracht opnieuw moeten
aanbesteden in het geval dat zij de Opdracht nog steeds wil vergunnen. […]
Zie in dezelfde aanbestedingsprocedure ook het vonnis Rechtbank Rotterdam 29 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9313:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9313
Niet handig (dus), om een ‘niet-PvE-conformiteit’ in de kwalitatieve beoordeling en motivering te betrekken. De aanbestedende dienst moet consistent, consequent, en ook overigens duidelijk handelen.
De ‘overbruggingsovereenkomst’ met de door de gemeente beoogde, in de twee zaken niet gevoegde of tussenkomende, winnaar houdt (echter) wel stand:
5.13. Hoewel
de Gemeente door het sluiten van de overbruggingsovereenkomst met DVG wellicht
feitelijk voor een substantieel bedrag een onderhandse gunning heeft
uitgevoerd, zonder dat Munckhof (en andere partijen) de mogelijkheid
heeft/hebben gehad om daarvoor in aanmerking te komen, ziet de
voorzieningenrechter in de gegeven situatie geen aanleiding om in te grijpen in
de overbruggingsovereenkomst. De Gemeente is wettelijk verplicht om WMO- en
leerlingenvervoer aan te bieden en de implementatieperiode is drie maanden.
Gelet op de al enige tijd bekende datum van dit kort geding moest de Gemeente
ervan uitgaan dat er een reële kans bestond dat niet voor 1 augustus 2026 met
de winnende inschrijver gestart zou kunnen worden. Een situatie waarin het WMO-
en leerlingenvervoer tijdelijk niet meer wordt uitgevoerd, is niet alleen in
strijd met de wet maar ook bepaald onwenselijk en zelfs maatschappelijk
onacceptabel. Het kan de Gemeente niet worden verweten dat zij dit risico niet
heeft willen lopen en dat zij als tijdelijke oplossing een
overbruggingsovereenkomst heeft gesloten. Het belang van de Gemeente om
zekerheid te hebben dat het WMO- en leerlingenvervoer niet in het gedrang komt,
weegt zwaarder dan het belang van Munckhof om alsnog voor een dergelijke
overbruggingsovereenkomst in aanmerking te kunnen komen. Daarbij is meegewogen
dat Munckhof niet de zittende dienstverlener is en dat het organiseren van een
procedure - zelfs een eenvoudige meervoudige onderhandse, waarin zij zou hebben
kunnen meedingen naar een overbruggingsovereenkomst van zeer beperkte tijd - te
tijdrovend en kostbaar zou zijn geweest. Als het sluiten van de
overbruggingsovereenkomst al in strijd is met de daarvoor geldende regels en
als die regels geacht moeten worden ook de belangen van Munckhof in dit opzicht
te beschermen, dan lost zich dat op in een schadevergoedingsactie.
Lees over het transparantiebeginsel ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/04/gekozen-voor-een-aangepaste-prijsformule.html