dinsdag 17 februari 2026

Een lichte fout

De HvJEU-arresten ‘SAG’ (C-599/10) en ‘Manova’ (C-336/12) zijn gewezen onder het oude recht van artikel 2 Richtlijn 2004/18/EG (oud):


Aanbestedende diensten behandelen ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en betrachten transparantie in hun handelen.

En hetzelfde geldt voor het arrest ‘Connexxion Taxi Services’ (HvJEU 14 december 2016 in zaak C-171/15).

Thans geldt ingevolge artikel 18 lid 1 Richtlijn 2014/24/EU (echter):


Aanbestedende diensten behandelen ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen op een transparante en proportionele wijze. […]”

Het evenredigheidsbeginsel (‘en proportionele wijze’) heeft in het huidige recht dus uitdrukkelijk een plaats gekregen naast het gelijkheids- en transparantiebeginsel.

Ik kan in dat verband het vonnis Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:201 wel waarderen:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:201


2.1.         Nimble heeft in het UEA aangekruist een beroep te doen op de bekwaamheid van een derde voor een geschiktheidseis. Daarnaast heeft Nimble echter ook op het UEA aangekruist dat zij samen met dezelfde derde deelneemt aan de aanbestedingsprocedure. De gemeente heeft gesignaleerd dat de inschrijving daarmee onduidelijk is en om een toelichting gevraagd. Nimble heeft die toelichting gegeven en heeft duidelijk gemaakt dat zij alleen een beroep doet op de bekwaamheid van een derde. Dat is niet in geschil. Daarmee rijst de vraag of de gemeente Nimble in de gelegenheid had moeten stellen het gebrek in de inschrijving te herstellen.

[…]

3.1.         Bij de beoordeling hiervan is de rechtspraak van het HvJ EU van belang, waaronder de arresten SAG en Manova. Volgens deze arresten kunnen de gegevens van de inschrijvingen gericht worden verbeterd of aangevuld, met name omdat deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. Dit kan anders zijn als het ontbrekende stuk of de ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting niet bij de inschrijving is verstrekt. De Europese rechter ziet het bieden van de mogelijkheid tot herstel als een bevoegdheid. Dit sluit echter niet uit dat dit onder nationaal recht een verplichting kan zijn.

[…]

3.4.         Ook het evenredigheidsbeginsel is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur waaraan de gemeente gebonden is. Dit beginsel houdt in dat besluiten van aanbestedende diensten niet verder mogen gaan dan noodzakelijk is om het doel te bereiken. Een uitsluiting wegens een inschrijvingsgebrek is alleen gerechtvaardigd als dit in redelijke verhouding staat tot de ernst van het gebrek en het belang van de eerlijke mededinging. Dat vereist een belangenafweging.

3.5.         De volgende omstandigheden zijn bij deze afweging van belang:

- Er ontbreken geen stukken en evenmin ontbreekt essentiële informatie; alle gegevens van Nimble en Phalanxes staan in het UEA en ook Phalanxes heeft een UEA ingediend;

- Er kan objectief worden vastgesteld dat deze gegevens bij de inschrijving zijn ingediend;

- Omdat alle informatie materieel tijdig is verstrekt geniet Nimble geen voordeel ten opzichte van andere inschrijvers;

- Het gebrek raakt niet de inhoudelijke beoordeling van de inschrijving (zoals bijvoorbeeld de prijs of technische eisen);

- Het betreft een eenvoudige precisering van de inschrijving.

[…]

3.6.         Deze omstandigheden maken dat sprake is van een lichte fout. Het uitsluiten van de inschrijving van Nimble op basis van die kleine fout belemmert de effectieve mededinging en is daarom niet gerechtvaardigd. De gemeente had Nimble de gelegenheid moeten bieden dit gebrek te herstellen. Dit kan door Nimble de gelegenheid te bieden een aangepast UEA in te dienen. Vanwege de aard van de fout ligt deze wijze van herstel voldoende duidelijk besloten in de vordering tot herstel. De gemeente heeft terecht opgemerkt dat zij mogelijk ook andere inschrijvers nog de gelegenheid moet bieden tot herstel. De opdracht kan op dit moment om die reden nog niet voorlopig gegund worden aan Nimble. […]

De uitkomst van het vonnis is overigens in lijn met de herstel-mogelijkheid volgens wettelijk, artikel 1.22 Aanbestedingswet 2012, richtsnoer ARW 2016:


In het geval van een gebrek in de eigen verklaring of in geval van een gebrek met betrekking tot de bewijsmiddelen stelt de aanbesteder de betreffende ondernemer in de gelegenheid om het gebrek te herstellen binnen een termijn van 2 werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe. De aanbesteder verzendt dit bericht per fax of elektronisch bericht. Indien de aanbesteder het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of indien het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de ondernemer niet in aanmerking voor verdere deelname aan de procedure.

En past verder in beginsel ook bij het arrest HvJEU 22 januari 2026 in zaak C-812/24 (LIPOR en PreZero Portugal):


65           Gelet op een en ander moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 56, lid 3, van richtlijn 2014/24 aldus moet worden uitgelegd dat een moedermaatschappij die een beroep wil doen op de draagkracht van een dochteronderneming waarvan zij het volledige kapitaal in handen heeft en waarvan een van de bestuurders tevens bestuurder van de moedermaatschappij is, niet van een aanbestedingsprocedure kan worden uitgesloten op de enkele grond dat zij het UEA van deze dochteronderneming niet bij haar inschrijving heeft gevoegd, aangezien een dergelijk verzuim kan worden geregulariseerd voor zover geen enkele bepaling van nationaal recht daaraan in de weg staat en deze regularisatie wordt uitgevoerd met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.

‘Uitsluiten’ (van gunning) is immers in het voorkomend geval een (te) zwaar en onevenredig middel.

Het vonnis had tenslotte, wat mij betreft, volgens het huidige Europese aanbestedingsrecht, niet per se volgens de weg van ‘nationaal recht’ en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehoeven. Het bepaalde in artikel 18 lid 1 Richtlijn 2014/24/EU voornoemd ziet immers niet op een bevoegdheid, maar op een verplichting voor de aanbestedende dienst.

Lees ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2026/01/het-niet-of-onjuist-overleggen-van-het.html

en

https://keesvandewater.blogspot.com/2026/01/een-geindividualiseerde-motivering.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten