woensdag 11 maart 2026

‘Bewuste roekeloosheid’ in de DNR 2025

De Nieuwe Regeling 2025 - Rechtsverhouding opdrachtgever - architect/ ingenieur - DNR2025 (hierna: ‘(de) DNR 2025’), een set van algemene voorwaarden, is sinds 15 december 2025 de opvolger van de DNR 2011 (versie juli 2013).

De DNR 2025 is een product van de BNA (Koninklijke Bond Nederlandse Architectenbureaus) en Koninklijke NLingenieurs (Branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus).

De DNR 2025 is, net als de DNR 2011 (versie juli 2013), niet paritair vastgesteld. Een gemeente is dan ook in beginsel niet verplicht om de DNR 2011 (versie juli 2013) of de DNR 2025 toe te passen. Het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid kan (echter) anders bepalen.

Ik heb niet zo heel veel op en aan te merken bij de DNR 2025.

De meeste bepalingen lijken mij niet onredelijk. En verder in beginsel ‘werkbaar’.

Ik ben echter (toch), vanuit het perspectief van de opdrachtgever, niet geheel tevreden met het bepaalde in de artikelen 4.1, 5, 8.2, 8.3, 8.4, 13.7, 14.5, 14.7, 18, 19.3, 19.5 20.2 en 21.1 van de DNR 2025.

Voornoemde artikelen zijn namelijk, vanuit het perspectief van de opdrachtgever, op onderdelen (deels) onduidelijk, onredelijk, onnodig of onvolledig.

Artikel 14.9 DNR 2025 behoeft speciale aandacht. De bepaling luidt als volgt:


“Tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de adviseur, is de aansprakelijkheid van de adviseur per opdracht beperkt tot:

a.            het bedrag van het honorarium exclusief btw dat op grond van de betreffende opdracht aan de adviseur is of zal worden betaald, met een maximum van € 1.000.000; of

b.            alleen als dit uitdrukkelijk schriftelijk is afgesproken - een bedrag gelijk aan driemaal het honorarium exclusief btw, met een maximum van € 2.500.000.”

Voor de toepassing van het artikel is (immers) een juist begrip van ‘bewuste roekeloosheid’ nodig.

En daarvoor is, naar analogie, navolgende beschikking Rechtbank Overijssel 25 januari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:286 ‘bruikbaar’:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:286


3.7.        […] De kantonrechter is van oordeel dat de schade van [verzoeker] door het ongeval het gevolg is van zijn eigen bewust roekeloos handelen en dat de werkgever daarvoor niet verantwoordelijk is. [verzoeker] was ervaren en goed geïnstrueerd: hij wist dat het werk aangelijnd moest worden gedaan. Niet valt in te zien dat [verzoeker] zich niet bewust is geweest van de risico’s en gevaren die het werken op een hoog en hellen dak meebrengt. Daarnaast moet worden aangenomen dat hij de situatie ter plaatse goed kende: hij had voorafgaand aan de start van het werk meegeholpen om de beveiligingsvoorzieningen op het dak aan te brengen. […]

3.8.        Ondanks deze wetenschap heeft [verzoeker] zich losgekoppeld. […]

[…]

3.11.      Het voorgaande brengt de kantonrechter tot de conclusie dat [verzoeker] willens en wetens en zich bewust van het gevaar, in een situatie waarin daarvoor niet een dringende reden bestond of haast geboden was, zijn vallijn heeft losgekoppeld. Dat heeft hij gedaan met de intentie om vrijer te kunnen werken en te bewegen. Voor het werk was dit niet nodig en was juist het tegendeel geboden. Dit handelen moet worden aangemerkt al bewust roekeloos handelen van [verzoeker] . […]

Daaruit kan namelijk het volgende worden afgeleid.

Een ervaren en goed geïnstrueerde adviseur, die op de hoogte is van alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot een te maken ontwerp, en die dus weet waaraan het te maken ontwerp inhoudelijk moet voldoen, moet worden geacht bewust te zijn van de risico’s en gevaren van een inhoudelijk niet juist (gemaakt) ontwerp.

Als de adviseur desondanks onnodig, terwijl daar (dus) niet een dringende reden voor bestaat, een inhoudelijk niet juist ontwerp maakt, dan handelt de adviseur bewust roekeloos, en zal de adviseur (dus) geen beroep kunnen doen op de beperking van aansprakelijkheid volgens het bepaalde in artikel 14.9 DNR 2025.

In het voorkomend geval ontloopt de adviseur zijn/haar verantwoordelijk voor (beroeps-) fouten dus niet. Artikel 14.9 DNR 2025 is dan ook geen ongeclausuleerde vrijwaring voor aansprakelijkheid. Het artikel is daarmee in beginsel ‘werkbaar’.

Een gemeente (opdrachtgever) doet er dan ook goed aan om vooraf een adequate opdrachtomschrijving te maken, in de aankoopprocedure een ervaren adviseur te contracteren, en de ervaren adviseur tijdens de uitvoering van de opdracht adequaat, volgens onder meer de artikelen 4.2 en 4.4 van de DNR 2025, op de hoogte te brengen, en te houden, van alle relevante feiten en omstandigheden die betrekking (kunnen) hebben op de opdracht.

It takes two to tango.

Zullen we maar zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten