donderdag 26 maart 2026

Meerwaarde

Bij bepaalde beoordelings- en gunningssystemen wordt in verband met bepaalde gunningscriteria door de aanbestedende dienst uitgevraagd, welke ‘meerwaarde’ inschrijvers kunnen leveren.

En dan wordt er soms geprocedeerd over wat ‘meerwaarde’ (dan) is.

Zie daartoe het vonnis Rechtbank Midden-Nederland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1104:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1104


4.29.       [eiseres] stelt dat het voor haar niet mogelijk was om een inschatting te maken hoe meerwaarde te bieden omdat niet duidelijk was wat concreet onder het bieden van meerwaarde werd verstaan. Bovendien is er volgens [eiseres] sprake van een onduidelijke beoordelingssystematiek omdat in de in paragraaf 8.1.2. van de Ati opgenomen puntenmatrix niet is gespecificeerd welke mate van het bieden van meerwaarde tot welke (extra) score zou leiden. Uit de motivering van de gunningsbeslissing blijkt volgens [eiseres] evenmin hoe de geconstateerde meerwaarde het scoreverloop heeft beïnvloed. Na vragen van de voorzieningenrechter daarover heeft (de advocaat van) [eiseres] aangegeven de beoordelingssystematiek en de motivering van de gunningsbeslissing niet als zodanig op een zelfstandige grondslag ter discussie te willen stellen, in die zin dat de motivering niet zou voldoen aan de vereisten die de Aanbestedingswet daaraan stelt (artikel 2.130 Aw). [eiseres] stelt dat deze onduidelijkheid in het licht van strijd met het transparantiebeginsel, zoals is vastgelegd in artikel 1.9 Aw, moet worden gezien. Doordat een inschrijver vooraf geen inschatting kon maken tussen het bieden van meerwaarde en een lagere prijs kon er geen eerlijk prijs- en kwaliteitsvormingsproces plaatsvinden. Omdat de zittende leverancier vanuit haar positie wel wist waar meerwaarde te bieden is dat in strijd met het gelijkheidsbeginsel, aldus [eiseres] . Dit gebrek kan volgens [eiseres] alleen door middel van een heraanbesteding in het licht van het onder 4.4 en 4.5 beschreven toetsingskader worden hersteld. De voorzieningenrechter zal de ingenomen stellingen op dit punt dan ook in die context beoordelen.

4.30.       De voorzieningenrechter stelt voorop dat met de wijze van inrichting van de aanbesteding zoals de HU dat heeft gedaan zij de markt heeft willen uitdagen om met een passend en verassend aanbod te komen binnen de in paragraaf 8.1.2 van de Ati genoemde uit te werken onderwerpen per processtap en de door haar geschetste kaders in het PvE. Uit de onder 3.1 opgenomen omschrijving van de Opdracht volgt dat de HU op zoek was naar een HU-breed evaluatiesysteem. Daarbij zijn er twee randvoorwaarden gesteld: i.) het nieuwe systeem moest aansluiten bij het HU-kwaliteitszorgsysteem en ii.) het systeem moest zijn te koppelen aan de HU-onderwijsvolgsystemen. De HU was dus niet op zoek naar een oplossing één-op-één vervanging van het huidige evaluatiesysteem maar wenste elk systeem apart op zijn eigen merites te beoordelen, zoals tevens volgt uit het onder 3.7 opgenomen antwoord op diverse vragen uit de NvI.

4.31.       Uit de Ati, het PvE en de NvI kan dus worden afgeleid dat een inschrijver de ruimte had om een systeem aan te bieden dat zich onderscheidt. Dat is tevens de kern van het bieden van meerwaarde: men dient meer onderscheidend dan wel creatiever te zijn ten opzichte van andere aanbieders door meer waarde aan te bieden dan een andere inschrijver op een specifiek punt, in dit geval een processtap. Wanneer de HU meerwaarde verder in detail had omschreven zou zij marktpartijen de mogelijkheid om zich te onderscheiden hebben ontnomen, terwijl zij marktpartijen juist wenste uit te dagen om zich binnen de randvoorwaarden op kwaliteit te onderscheiden. Uit paragraaf 8.1.2 van Ati volgt verder dat aan iedere processtap een totaalscore werd toegekend. Dit betreft dus niet een aparte score per te behandelen onderwerp per processtap. Meerwaarde maakte daarmee onderdeel uit van de totale score die per processtap viel te behalen. In dat kader is in de gunningsbeslissing vervolgens toegelicht wanneer en op welke punten door de winnaar meerwaarde is geboden ten opzichte van de inschrijving van [eiseres] . De stelling dat het voor [eiseres] niet duidelijk was hoe meerwaarde te behalen en welke score daaraan verbonden was kan daarom geen stand houden.

4.32.       Gezien de voorgaande feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter verder van oordeel dat, zoals tevens onder 4.16 aan de orde is gekomen, niet aannemelijk is geworden dat [onderneming] vanuit haar positie als zittende leverancier wist op welke punten meerwaarde te bieden en er als gevolg daarvan sprake was van een ongelijk speelveld. [eiseres] heeft in dit kader tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij een zogenaamd uitgangspunt wenste te hebben, zodat zij wist waar meerwaarde te bieden. Nu door de HU de inschrijvingen werden beoordeeld op hun eigen merites zonder deze met de huidige situatie te vergelijken is een uitgangspunt van die situatie niet aan de orde. Bovendien betekent dit dat de zittende leverancier - anders dan door [eiseres] is gesteld - juist terughoudend moest zijn met het inzetten van bestaande kennis. Met andere woorden: de HU verassen door middel van het bieden van meerwaarde is eerder lastiger dan makkelijker voor een zittende leverancier. Uit die omstandigheid volgt dat de inschrijvers ten aanzien van het bieden van meerwaarde een gelijk startpunt hadden. Van een kennisvoorsprong en daarmee een ongelijk speelveld is dus niet gebleken, zodat de door [eiseres] op dit punt ingenomen stellingen eveneens niet kunnen slagen.

Ik kan het vonnis volgen, maar denk, dat ‘meerwaarde’ meer is dan (slechts) ‘men dient meer onderscheidend dan wel creatiever te zijn ten opzichte van andere aanbieders door meer waarde aan te bieden dan een andere inschrijver op een specifiek punt’.

Alsof ‘meerwaarde’ (slechts) een ‘relatief beoordelingsgegeven’ is, en niet qua beoordeling (‘absoluut’) gerelateerd aan de (aankoopbehoefte van de) aanbestedende dienst.

Ik zou ‘meerwaarde’ ook eerder beoordelen aan de hand van de minimumeisen van het bestek/PvE van de aanbestedende dienst. En dus niet afhankelijk (willen) zijn van wat ondernemers (eventueel) aanbieden.

Maar goed, wat ‘meerwaarde’ (dan) is, hangt natuurlijk (ook) af van de inhoud van de aanbestedingsstukken en (dus) de formulering van het gunningscriterium in het voorkomend geval.

Lees ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2025/06/meerwaarde.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten