donderdag 9 juli 2026

Dat op de concessiehouder een operationeel risico overgaat

Artikel 5 lid 1 van (concessie-) Richtlijn 2014/23/EU luidt als volgt:


„concessies”: concessies voor werken of diensten, als gedefinieerd onder a) en b):

 

a)            een „concessie voor werken”: een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij één of meer aanbestedende diensten of aanbestedende instanties werken laten uitvoeren door één of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht het werk dat het voorwerp van de overeenkomst vormt, te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling;

 

b)            een „concessie voor diensten”: een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij één of meer aanbestedende diensten of aanbestedende instanties de verrichting van diensten met uitzondering van de uitvoering van werken als bedoeld onder a) laten uitvoeren door één of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht de diensten die het voorwerp van het contract vormen, te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling.

 

De gunning van een concessie voor werken of voor diensten houdt de overdracht aan de concessiehouder in van het operationeel risico dat inherent is aan de exploitatie van de werken of diensten en dat het vraagrisico of het aanbodrisico of beide omvat. De concessiehouder wordt geacht het operationeel risico op zich te nemen wanneer er onder normale exploitatieomstandigheden geen garantie bestaat dat de gedane investeringen of de kosten die gemaakt zijn bij het exploiteren van de werken of diensten die het voorwerp van de concessie vormen, kunnen worden terugverdiend. Het deel van het aan de concessiehouder overgedragen risico behelst een werkelijke blootstelling aan de grillen van de markt, hetgeen betekent dat elk potentieel door de concessiehouder te lijden verlies niet louter nominaal of te verwaarlozen is

De laatste alinea van dat artikel vind je niet in de Aanbestedingswet 2012.

En de Aanbestedingswet 2012 heeft het niet over ‘concessies’, maar over ‘concessieopdrachten’ (voor werken en diensten).

Het arrest HvJEU 9 juli 2026 in zaak C-856/24 (Sad Trasporto Locale - II) noemt het wezenlijke verschil tussen een ‘overheidsopdracht’ en een ‘concessie’ (concessieopdracht):

https://infocuria.curia.europa.eu/tabs/document/C/2024/C-0856-24-00000000RP-01-P-01/ARRET/323429-NL-1-html


31           Hieruit volgt dat een overheidsopdracht voor diensten zich onderscheidt van een concessie voor diensten wegens de aard van de tegenprestatie die de begunstigde van de overeenkomst ontvangt voor de door hem verleende diensten. De tegenprestatie van de begunstigde van een overheidsopdracht bestaat uit een door de aanbestedende dienst betaalde prijs, terwijl de tegenprestatie van de concessiehouder bestaat uit het recht om de dienst die het voorwerp van de concessie uitmaakt te exploiteren, waarbij in voorkomend geval naast dit recht ook een prijs wordt betaald. De gunning van een concessie impliceert dan ook dat op de concessiehouder een operationeel risico overgaat (arrest van 1 augustus 2022, Roma Multiservizi en Rekeep, C‑332/20, EU:C:2022:610, punt 61; zie in die zin ook arrest van 10 november 2022, SHARENGO, C‑486/21, EU:C:2022:868, punt 60).

Lees over ‘concessies’ ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2024/06/het-vormvrije-karakter.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten