maandag 24 augustus 2026

AI-geletterdheid volgens de ‘Digitale omnibus inzake AI’

Vóór 27 juli 2026 luidde artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689 als volgt:

Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om, zoveel als mogelijk, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken, en houden daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt.

Vanaf 27 juli 2026 geldt als (gewijzigd) artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689:


1.            Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken, te ondersteunen, en houden daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Deze verplichting houdt niet in dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid moeten waarborgen voor personen.

2.            De Commissie en de lidstaten ondersteunen en faciliteren de inspanningen van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, met name kmo’s, bij het nakomen van hun verplichting uit hoofde van lid 1 van dit artikel. Daartoe publiceert de Commissie op het in artikel 62, lid 3, punt b), bedoelde centraal informatieplatform praktische voorbeelden van hoe die verplichting na te leven.

3.            De AI-board stelt, rekening houdend met Europese competentiekaders, aanbevelingen vast om de Commissie en de lidstaten te ondersteunen bij de bevordering van de krachtens lid 1 vereiste AI-geletterdheid, onder meer door gemeenschappelijke doelstellingen vast te stellen.”

Zie daartoe de ‘VERORDENING (EU) 2026/1744 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 8 juli 2026 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689, (EU) 2018/1139 en (EU) 2023/1230 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (Digitale omnibus inzake AI)’, waaronder Overweging 8:


Het huidige artikel 4 van Verordening (EU) 2024/1689 schrijft alle aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen voor de AI-geletterdheid van hun personeel te waarborgen. De ontwikkeling van AI-geletterdheid door middel van onderwijs, opleiding en een leven lang leren is van cruciaal belang om aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en andere betrokkenen van de nodige vaardigheden te voorzien om onderbouwde beslissingen te nemen met betrekking tot de inzet van AI-systemen. Uit door belanghebbenden gedeelde ervaringen is echter gebleken dat voor de bevordering van AI-geletterdheid een oplossing in de vorm van het opleggen van strenge verplichtingen die een toereikend niveau van AI-geletterdheid waarborgen, niet geschikt is voor alle soorten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken. Daarnaast blijkt uit gegevens dat het opleggen van dergelijke verplichtingen extra regeldruk met zich brengt, met name voor kleinere ondernemingen, terwijl AI-geletterdheid een strategische prioriteit moet vormen, ongeacht de verplichtingen op het gebied van regelgeving en mogelijke sancties. In het licht van die informatie moet artikel 4 van Verordening (EU) 2024/1689 worden gewijzigd om aanbieders en gebruiksverantwoordelijken te verplichten maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken. De Commissie en de lidstaten moeten de inspanningen van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen ondersteunen en faciliteren, onder meer door opleidingsmogelijkheden aan te bieden, informatiebronnen te verstrekken en de uitwisseling van goede praktijken en andere initiatieven mogelijk te maken. Bij het nakomen van deze verplichting kunnen de Commissie en de lidstaten rekening houden met de Europese competentiekaders, bijvoorbeeld het digitale competentiekader voor burgers (DigComp) en het kader voor AI-geletterdheid voor het basis- en secundair onderwijs. De Europese raad voor artificiële intelligentie (European Artificial Intelligence Board - de “AI-board”) moet de Commissie en de lidstaten ondersteunen door aanbevelingen vast te stellen waarin gemeenschappelijke doelstellingen worden geformuleerd die moeten worden verwezenlijkt om aan hun verplichtingen te voldoen, en moet zorgen voor regelmatige uitwisseling tussen de Commissie en de lidstaten over dit onderwerp, terwijl de AI-toepassingsalliantie besprekingen met de bredere gemeenschap mogelijk moet maken.

Artikel 3 sub 1, sub 4 en sub 56 Verordening (EU) 2024/1689 is niet gewijzigd door de ‘Digitale omnibus inzake AI’ (VERORDENING (EU) 2026/1744), en dus nog steeds relevant:


1)            “AI-systeem”: een op een machine gebaseerd systeem dat is ontworpen om met verschillende niveaus van autonomie te werken en dat na het inzetten ervan aanpassingsvermogen kan vertonen, en dat, voor expliciete of impliciete doelstellingen, uit de ontvangen input afleidt hoe output te genereren zoals voorspellingen, inhoud, aanbevelingen of beslissingen die van invloed kunnen zijn op fysieke of virtuele omgevingen


4)            “gebruiksverantwoordelijke”: een natuurlijke of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of ander orgaan die/dat een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt, tenzij het AI-systeem wordt gebruikt in het kader van een persoonlijke niet-beroepsactiviteit


56)          “AI-geletterdheid”: vaardigheden, kennis en begrip die aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en betrokken personen, rekening houdend met hun respectieve rechten en plichten in het kader van deze verordening, in staat stellen geïnformeerd AI-systemen in te zetten en zich bewuster te worden van de kansen en risico’s van AI en de mogelijke schade die zij kan veroorzaken

Ik denk daarmee nog steeds, dat in verband met het gebruik van een AI-systeem in een Europese aanbestedingsprocedure door de aanbestedende dienst, AI-geletterdheid een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de betreffende gebruiker vereist.

Zonder een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de gebruiker wordt de gebruiker immers niet in staat gesteld om het betreffende AI-systeem geïnformeerd in te zetten, kan door hem/haar niet de output van het gebruikte AI-systeem worden geïnterpreteerd, en is hij/zij zich ook niet bewust van de risico’s van AI en de mogelijke schade die AI ter zake de door Uniewetgeving beschermde openbare belangen en grondrechten kan veroorzaken.

De door een werkgever in verband met artikel 4 Verordening (EU) 2024/1689 te nemen ‘maatregelen’ hebben dus in het voorkomend geval ook betrekking op de ontwikkeling van een toereikend niveau van kennis van het Europese aanbestedingsrecht bij de werknemer/gebruiker.

Zie eerder:

https://keesvandewater.blogspot.com/2025/10/ai-geletterdheid-volgens-verordening-eu.html

en

https://keesvandewater.blogspot.com/2026/01/een-ai-controledrive.html

Geen opmerkingen:

Een reactie posten