Artikel 2.114 Aanbestedingswet 2012 gedeeltelijk luidt als volgt:
1. De
aanbestedende dienst gunt een overheidsopdracht op grond van de naar het
oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving.
2. De
economisch meest voordelige inschrijving wordt door de aanbestedende dienst
vastgesteld op basis van de:
a. beste
prijs-kwaliteitverhouding,
b. laagste
kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten,
bedoeld in artikel 2.115a, of
c. laagste
prijs.
3. Bij
de toepassing van het eerste lid geschiedt de gunning op grond van onderdeel a
van het tweede lid.
4. Een
aanbestedende dienst kan, in afwijking van het derde lid, gunnen op grond van
onderdeel b of onderdeel c van het tweede lid. In dat geval motiveert de
aanbestedende dienst de toepassing van dat criterium in de
aanbestedingsstukken.
Een motiveringsgebrek in verband met voornoemd wetsartikel leidt er toe, dat de aanbestedingsprocedure moet worden gestaakt, totdat er een nieuwe, voldoende gemotiveerde, beslissing over het te hanteren gunningscriterium is genomen in Rechtbank Noord-Nederland 24 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1711:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:1711
4.4. De
aanbestedende dienst dient zijn keuze voor gunning op basis van het criterium
van de laagste prijs in de aanbestedingsstukken deugdelijk te motiveren en
tegelijk met de aankondiging van de (gewijzigde) opdracht bekend te maken. Deze
motivering kan ook nader in een Nota van Inlichtingen worden uitgewerkt.3 De
motivering moet de keuze voor de laagste prijs kunnen dragen. Dat betekent dat
de motivering logisch en begrijpelijk moet zijn en moet steunen op de daaraan
ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden. Uit de motivering moet blijken
dat met alle omstandigheden van het geval rekening is gehouden. Deze
motiveringsplicht veronderstelt een specifieke beoordeling per aanbesteding.4 Er
is overigens, anders dan [eiseres] heeft gesuggereerd, géén rechtsregel waaruit
volgt dat op basis van het criterium van de laagste prijs slechts in
uitzonderingssituaties of onder bijzondere omstandigheden is toegestaan.
Wanneer de aanbestedende dienst deugdelijk kan motiveren waarom hij in de
gegeven omstandigheden voor het gunningscriterium van de laagste prijs kiest,
is dat geoorloofd.
[…]
4.12. Het
voorgaande overziende, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Aanbesteders
onvoldoende hebben gemotiveerd dat er ten aanzien van kwalitatieve aspecten (en
dan met name de extra CO2 reductie) onvoldoende onderscheidend vermogen tussen
de aanbieders mogelijk is. Dat het niet goed mogelijk is om in deze
aanbestedingsprocedure kwalitatieve gunningscriteria te gebruiken, is bij die
stand van zaken voorshands niet aannemelijk.
4.13. Omdat
de motivering van de keuze van Aanbesteders voor gunning op basis van de
laagste prijs tekortschiet, kan de thans voorliggende beslissing van
Aanbesteders om de opdracht (uiteindelijk) op basis van de laagste prijs te
gunnen geen stand houden. Dat betekent dat Aanbesteders de lopende
aanbestedingsprocedure dienen te staken, totdat zij een nieuwe, voldoende
gemotiveerde, beslissing over het te hanteren gunningscriterium hebben genomen.
De vordering van [eiseres] onder (a) om de lopende aanbesteding stop te zetten
is dan ook (in zoverre) toewijsbaar.
4.14. Het
is krachtens artikel 2:114 Aw 2012 aan Aanbesteders om een gunningscriterium
voor de aanbestedingsprocedure vast te stellen. De voorzieningenrechter kan
Aanbesteders dan ook niet, zoals [eiseres] verlangt, verplichten om nieuwe
gunningscriteria vast te stellen op basis van gunning op beste
prijs-kwaliteitsverhouding. De daartoe strekkende vordering onder (b) wordt
bijgevolg afgewezen. De vordering onder (c) is in zoverre toewijsbaar dat
Aanbesteders gehouden zijn om een rectificatie te publiceren wanneer zij een
nieuwe, voldoende gemotiveerde, beslissing over het te hanteren
gunningscriterium hebben genomen.
In mijn optiek (toch) wel een specifieke casus met ‘een geschiedenis’.
Wanneer men echter op ‘laagste prijs’ wil gunnen, is het praktisch aangewezen om tijdig, dat wil zeggen voorafgaande aan de aanbestedingsprocedure, een zodanige motivering op te stellen, dat er geen reden en/of mogelijkheid is om ‘op de stoel van de aanbesteder te (gaan) zitten’ en/of ‘er met de portemonnee van de aanbesteder vandoor te (kunnen) gaan’.
Een zorgvuldige raming van de opdracht en kostendeskundigheid hoort daar (dus) tenminste bij.
Lees daarnaast ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2019/02/een-ccr-momentje.html
en
https://keesvandewater.blogspot.com/2019/03/de-waarde-van-de-opdracht.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten