AIH heeft een offerte uitgebracht voor de ontwikkeling van een businessplan voor UMS.
De offerte is door UMS geaccepteerd waardoor een overeenkomst van opdracht met een omvang/waarde van € 188.000,- ex BTW tot stand is gekomen.
AIH heeft conceptversies van het businessplan aan UMS verstrekt. AIH heeft daarop commentaar ontvangen van diverse personen binnen UMS en heeft dit commentaar steeds verwerkt of becommentarieerd in de opvolgende conceptversies.
UMS heeft de eerste factuur ten belope van 20% van de opdrachtsom voldaan.
Een tweede factuur van AIH voor de resterende 80% van de overeengekomen prijs van de opdracht is door UMS slechts gedeeltelijk betaald, aangezien UMS van mening is, dat het businessplan inhoudelijk ontoereikend is, en dat niet is voldaan aan haar verwachtingen en aan hetgeen is overeengekomen.
AIH stapt naar de rechter en vordert in een bodemzaak betaling door UMS.
Om haar beroep op een tekortschieten door AIH te onderbouwen, heeft (de advocaat van) UMS een document in het geding gebracht dat is opgesteld door ChatGPT. De advocaat heeft aangegeven dat hij ChatGPT de opdracht heeft gegeven om te beoordelen in hoeverre het businessplan beantwoordt aan de offerte van AIH.
Het vonnis Rechtbank Oost-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2232 (zie hier) luidt deels als volgt:
4.6. De
toelichting die de advocaat in de conclusie van antwoord op dit punt heeft
opgenomen, is gebaseerd op hetgeen ChatGPT heeft geschreven en dat aangevuld is
met de stellingen van UMS. De advocaat heeft aangegeven dat zijn cliƫnt de bronnen
die ChatGPT in de analyse noemt, heeft gecontroleerd.
4.7. De
rechtbank heeft ter zitting een aantal vragen gesteld over het document van
ChatGPT. Ten eerste is de advocaat verzocht welke opdracht (prompt) aan ChatGPT is gegeven. De
advocaat heeft aangegeven dat hij niet meer beschikt over het exact gegeven
prompt. Het betrof de vraag in hoeverre het rapport beantwoordt aan de offerte.
De rechtbank heeft gevraagd hoe het kan dat ChatGPT in het document als
antwoord aangeeft dat de analyse “in het
kader van de gerechtelijk procedure met nummer 20250034.01 is”, en tot
conclusies komt als: “Op basis hiervan is
de opschorting van betaling door UMS technisch en inhoudelijk gerechtvaardigd.”
en “Daarom is UMS van mening dat AIH haar
werk niet goed heeft gedaan en dat UMS terecht weigert om het volledige bedrag
te betalen.”. De advocaat heeft hierop aangegeven dat hij ook processtukken
heeft ingeladen. Daarnaast is de advocaat gevraagd om aan te geven welke
temperatuur hij heeft opgegeven in ChatGPT. De temperatuur is mede bepalend
voor hoe feitelijk, consistent en nauwkeurig de antwoorden zijn (bij een lage
temperatuur) danwel creatief met meer risico op hallucinaties (bij een hoge
temperatuur). De advocaat heeft aangegeven dat hij geen temperatuur heeft opgegeven
en de vraag niet te begrijpen. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat het
rapport dat de advocaat in ChatGPT heeft ingevoerd (productie 6 bij
dagvaarding) een concept Businessplan van 28 februari 2024 betrof zonder de
bijlagen, terwijl de definitieve versie van 21 mei 2024 niet is gebruikt. Dit
heeft gevolgen voor het antwoord van ChatGPT. Bij deze stand van zaken zal de
rechtbank geen acht slaan op productie 3 bij antwoord en hetgeen de advocaat
hierover naar voren heeft gebracht. Het beroep op een toerekenbare tekortkoming
in de nakoming van de overeenkomst door AIH, in die zin dat het Businessplan
inhoudelijk ontoereikend is, is onvoldoende gemotiveerd omdat er zonder de
inhoud van het antwoord van ChatGPT vrijwel niets overblijft.
Het blijkt een dure grap.
UMS wordt veroordeeld tot betaling aan AIH van € 156.894,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, € 2.343,94 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, € 4.965,76 in verband met de beslagkosten en € 10.560,35 in verband met proceskosten.
Lees ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/01/een-ai-controledrive.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten