woensdag 29 april 2026

Geen wettelijke en contractuele vervaltermijn bij de ‘Didam-Publicatie’

Niet elke termijn in een aanbestedingsprocedure en/of het aanbestedingsrecht is een ‘vervaltermijn’.

Maar navolgende overweging uit het vonnis Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1977 is (wel) terecht:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1977


4.12.       De voorzieningenrechter is van oordeel dat er in het geval van een voorgenomen verkoop van grond door een overheidslichaam geen wettelijke vervaltermijn geldt zoals in het aanbestedingsrecht het geval is. Ook is er geen sprake van een contractueel overeengekomen vervaltermijn. De termijn waarop de gemeente een beroep doet is éénzijdig door de gemeente opgelegd. Er moet daarom aan de hand van het algemene leerstuk van rechtsverwerking worden bepaald of sprake is van rechtsverwerking of niet. Het enkel stilzitten is daarvoor onvoldoende. Er moet sprake zijn van bijkomende omstandigheden. Dat daarvan sprake is, is niet gebleken. De gemeente heeft slechts aangevoerd dat [eisende partij sub 1] voor de Publicatie al op de hoogte was van de onderhandelingen met [familie] en desondanks geen actie heeft ondernomen om daar tegenop te komen. De gemeente verwijst in dat verband naar een e-mail van 15 januari 2024 van [eisende partij sub 1] gericht aan de gemeente waarin hij schrijft over “de deal met [familie]”. Het op de hoogte zijn van onderhandelingen tussen de gemeente en [familie] is echter wat anders dan dat [eisende partij sub 1] ook daadwerkelijk op de hoogte was of kon zijn van het moment waarop de koop met betrekking tot het Perceel zou worden geëffectueerd. Dit geldt temeer nu de gemeente kennelijk al sinds 2024 met [familie] in onderhandeling is over aankoop van het Perceel. De gemeente heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat [eisende partij sub 1] voorafgaand aan de Publicatie van de voorgenomen koop op de hoogte was of kon zijn. Daar komt bij dat niet van andere feiten of omstandigheden is gebleken waaruit kan worden afgeleid dat door [eisende partij sub 1] bij de gemeente het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij niet tegen de door de gemeente voorgenomen verkoop van het Perceel zou opkomen. De conclusie is dan ook dat van rechtsverwerking geen sprake is. Daarmee wordt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak toegekomen.

Lees in verband met het aanbestedingsrecht ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2024/02/een-grossmannetje.html

en

https://keesvandewater.blogspot.com/2026/02/zekerheid-over-de-regels-van-het-traject.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten