Niet elke termijn in een aanbestedingsprocedure en/of het
aanbestedingsrecht is een ‘vervaltermijn’.
Maar navolgende overweging uit het vonnis Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1977 is (wel) terecht:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1977
4.12. De
voorzieningenrechter is van oordeel dat er in het geval van een voorgenomen
verkoop van grond door een overheidslichaam geen wettelijke vervaltermijn geldt
zoals in het aanbestedingsrecht het geval is. Ook is er geen sprake van een
contractueel overeengekomen vervaltermijn. De termijn waarop de gemeente een
beroep doet is éénzijdig door de gemeente opgelegd. Er moet daarom aan de hand
van het algemene leerstuk van rechtsverwerking worden bepaald of sprake is van
rechtsverwerking of niet. Het enkel stilzitten is daarvoor onvoldoende. Er moet
sprake zijn van bijkomende omstandigheden. Dat daarvan sprake is, is niet
gebleken. De gemeente heeft slechts aangevoerd dat [eisende partij sub 1] voor
de Publicatie al op de hoogte was van de onderhandelingen met [familie] en
desondanks geen actie heeft ondernomen om daar tegenop te komen. De gemeente
verwijst in dat verband naar een e-mail van 15 januari 2024 van [eisende partij
sub 1] gericht aan de gemeente waarin hij schrijft over “de deal met [familie]”.
Het op de hoogte zijn van onderhandelingen tussen de gemeente en [familie] is
echter wat anders dan dat [eisende partij sub 1] ook daadwerkelijk op de hoogte
was of kon zijn van het moment waarop de koop met betrekking tot het Perceel
zou worden geëffectueerd. Dit geldt temeer nu de gemeente kennelijk al sinds
2024 met [familie] in onderhandeling is over aankoop van het Perceel. De
gemeente heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat
[eisende partij sub 1] voorafgaand aan de Publicatie van de voorgenomen koop op
de hoogte was of kon zijn. Daar komt bij dat niet van andere feiten of
omstandigheden is gebleken waaruit kan worden afgeleid dat door [eisende partij
sub 1] bij de gemeente het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij niet
tegen de door de gemeente voorgenomen verkoop van het Perceel zou opkomen. De
conclusie is dan ook dat van rechtsverwerking geen sprake is. Daarmee wordt aan
een inhoudelijke beoordeling van de zaak toegekomen.
Lees in verband met het aanbestedingsrecht ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2024/02/een-grossmannetje.html
en
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/02/zekerheid-over-de-regels-van-het-traject.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten