donderdag 30 april 2026

Dat de liefhebbers van ‘massa is kassa’ kansen zullen ruiken

Rechtbank Rotterdam 29 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5011, dat gaat over artikel 1.5 Aanbestedingswet 2012, 43 aanbestedende gemeenten en ca. 23.000 laadpalen, lijkt me een overwegend ‘feitelijk vonnis’, dat wil zeggen, dat met andere feiten, het vonnis (ook) anders had kunnen luiden:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5011


4.4.1.      De Aanbestedende diensten moeten acht slaan op

a. de samenstelling van de relevante markt en de invloed van de samenvoeging op de toegang tot de opdracht voor voldoende bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf;

b. de organisatorische gevolgen en risico's van de samenvoeging van de opdrachten voor de aanbestedende diensten en de ondernemers;

c. de mate van samenhang van de opdrachten.

Anders dan Park&Charge lijkt te betogen, houdt het voldoen aan deze criteria niet in dat iedere mkb-onderneming in staat zou moeten worden gesteld om zelfstandig de opdracht aan te kunnen nemen. Evenmin is er de verplichting voor de aanbestedende diensten om een voor hun eigen belang nadelige keuze te maken ten behoeve van de toegang tot de opdracht voor mkb-bedrijven. Een aanbestedende dienst heeft in beginsel het recht om haar opdracht zo in te richten, dat hiermee maximaal aan haar behoeften wordt tegemoetgekomen, mits zij de in art. 1.5 lid 1 Aw genoemde criteria meeweegt.

4.4.2.      Uit de aanbestedingsstukken en dan met name de ‘Toelichting inrichting aanbesteding’ (die bij Nota van Inlichtingen en daarmee tijdig is gegeven) blijkt voldoende dat de Aanbestedende diensten hieraan in dit geval aandacht hebben besteed. In alle deelnemende gemeenten gaat het om plaatsing, exploitatie en onderhoud van laadpalen voor elektrische voertuigen, waarmee de samenhang van de opdrachten verder niet ter discussie staat. De Aanbestedende diensten hebben vrij uitvoerig toegelicht wat de reden is geweest om te kiezen voor een aanbesteding die alle gemeenten (voor zover zij wilden deelnemen) in de provincies Zuid-Holland en Zeeland omvat. Er is aangesloten bij de NAL-regioindeling, voor eindgebruikers (E-rijders) ontstaat binnen die regio een herkenbare en uniforme laadinfrastructuur, het schaalvoordeel leidt naar verwachting tot relatief lagere exploitatiekosten en daarmee lagere laadtarieven en de omvang van de opdracht maakt dat een betere verdeling mogelijk is tussen locaties met een hogere en lagere verdienmogelijkheid. Vanuit de deelnemende overheden bezien biedt deze opzet voorts aanzienlijke praktische en administratieve voordelen, nu de begeleiding en het contractmanagement grotendeels door de grootste gemeente (Rotterdam) kan worden gedaan. Ter zitting is toegelicht dat inmiddels is voorzien in een mandaatregeling die dat mogelijk maakt. De keuze voor de opdracht van deze omvang is, gelet op deze toelichting, niet onbegrijpelijk of onnodig. De grote omvang (ca. 23.000 laadpalen, waarvan er ca. 3.000 reeds (be)staan) maakt, vanuit de Aanbestedende diensten bezien, de voordelen juist duidelijker. Ook de belangen van de inschrijvende mkb-ondernemers dienen echter in aanmerking te worden genomen.

4.4.3.      Duidelijk en door de Aanbestedende diensten ook onderkend is dat de grote omvang kan leiden tot drempels voor mkb-ondernemingen, zoals grotere investeringen en risico’s. Aan de toegang voor mkb-ondernemingen tot deze aanbesteding is tegemoetgekomen door de mogelijkheid om ten behoeve van de inschrijving een samenwerking met andere ondernemingen aan te gaan, met name door zich als combinatie in te schrijven of als onderaannemer. Ook zijn de referentie-eisen voor de opdracht hierop aangepast, door deze relatief laag te stellen. Voorts is de duur van de concessie 3 tot 4,5 jaar en bestaat geen verplichting om de investeringen in bijvoorbeeld nieuwe palen meteen te doen, zodat spreiding over meerdere jaren mogelijk is. Daarnaast is de opdracht verdeeld in twee stukken van 60% respectievelijk 40% van de opdracht, als gevolg waarvan meer ruimte ontstaat voor de toegang voor verschillende en ook kleinere bedrijven. De keuze voor deze opzet is deels gebaseerd op het rapport van de ACM (productie 7 bij dagvaarding) en op marktconsultaties die de Aanbestedende diensten voorafgaand aan de inschrijving hebben gehouden en waaraan ook Park&Charge heeft deelgenomen. Park&Charge heeft aangevoerd dat haar ten tijde van die deelneming nog niet bekend was wat de omvang van de opdracht zou worden, maar al in de verslaglegging van de eerste marktconsultatie (productie 3, cva) is vermeld dat de aanbesteding wordt opengesteld voor alle gemeenten in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Park & Charge, noch een van de andere aan de marktconsultatie deelnemende bedrijven, heeft in die fase aangegeven dat het concessiegebied of de omvang van de opdracht een belemmering zou vormen voor deelname aan de aanbesteding. Dat de Aanbestedende diensten daarna een vervolggesprek hebben gehad met grotere ondernemingen waaraan Park&Charge niet heeft deelgenomen stond hun vrij, evenals het gebruikmaken van de daarin verkregen informatie. Zij waren niet verplicht om alle belangstellenden bij elke fase te betrekken. De Aanbestedende diensten hebben aldus op adequate wijze invulling gegeven aan de verkenning van de markt die bij een opdracht als deze van hen gevergd kon worden en de daaruit verkregen inzichten voldoende verwerkt.

4.5.         De conclusie uit het voorgaande is dat de Aanbestedende diensten niet in strijd hebben gehandeld met het clusterverbod. De vordering om op deze grond staking van de huidige aanbestedingsprocedure te gelasten en de Aanbestedende diensten te gelasten meerdere nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren, wordt afgewezen.

Maar ik denk ook, dat de liefhebbers van ‘massa is kassa’ kansen zullen ruiken.

Het vonnis bevestigt (dus) de relevantie van de inkoopbehoefte van de aanbestedende dienst (-en) en het nut van een marktverkenning en een marktconsultatie die door de aanbestedende dienst (-en) zelf mag worden ingericht.

Natuurlijk houdt de motivering inzake het ‘clusterverbod’ relevant verband met het ‘percelengebod’ of ‘splitsingsgebod’ volgens artikel 1.5 lid 3 Aanbestedingswet 2012:


4.6.         Park&Charge heeft aangevoerd dat, voor zover geoordeeld wordt dat de Aanbestedende diensten niet onnodig hebben samengevoegd, zij de opdracht hadden moeten opdelen in meerdere percelen. De Aanbestedingswet houdt dat immers als beginsel in. Hoewel Park&Charge terecht aanvoert dat dat niet samenvalt met het clusterverbod heeft ook het uitgangspunt van splitsing als achtergrond dat het aanbieden van de opdracht in gedeelten, kleinere ondernemingen een grotere kans moet geven mee te dingen naar (een deel van) de opdracht. Hiervoor geldt echter evenzeer dat een aanbestedende dienst in beginsel het recht heeft om haar opdracht zo in te richten dat hiermee maximaal aan haar behoeften wordt tegemoetgekomen. De wet bepaalt in dat geval dat zij af kan zien van splitsing als zij dat passend acht, waarbij die keuze wel gemotiveerd moet worden. Zij moet rekening houden met de belangen van de inschrijvers, ook de mkb-ondernemingen onder hen, maar zij hoeft die belangen niet de doorslag te laten geven. Wat hiervoor onder 4.4.2 en 4.4.3 is overwogen, kort samengevat dat er voldoende redenen waren om deze grote opdracht zo in de markt te zetten, is ook in dit verband van belang. Daarbij komt dat, hoewel in de aanbestedingsstukken staat dat de opdracht niet in percelen is opgedeeld en er ook niet voor een specifiek perceel kan worden ingeschreven, de Aanbestedende diensten de opdracht feitelijk toch in twee percelen hebben opgesplitst. Zij zullen immers de opdracht uiteindelijk in de verhouding 60-40 aan twee concessiehouders gunnen. Dat heeft zij tijdig en deugdelijk via een NvI gemotiveerd.

4.7.         De twee voor de hand liggende verdergaande wijzen van splitsen in percelen worden door de Aanbestedende diensten niet passend geacht. Het opdelen van de opdracht in geografische gebieden zou afbreuk doen aan de legitieme behoefte van de Aanbestedende diensten om tot zoveel mogelijk eenheid te komen in de laadinfrastructuur binnen de NAL-regio Zuidwest Nederland en aan de praktische en administratieve voordelen. Voorts zouden naar verwachting bepaalde gebieden veel aantrekkelijker zijn voor inschrijvers dan andere. Het opdelen in percelen van bijvoorbeeld elk ca. 4.000 laadpalen zou de eenheid ernstig bedreigen. Door de Aanbestedende diensten is toegelicht, en door Park&Charge niet serieus betwist, dat het overlaten aan de markt er in de praktijk toe heeft geleid dat er aanzienlijke versnippering is opgetreden, waarbij zowel de prijzen als de systemen voor de E-rijder onduidelijk, onvoorspelbaar en verschillend zijn. Daarbij komt, gelet op de visie van FIMIH en RD, dat het bepaald niet vast staat dat een dergelijke opdeling door alle potentiële mkb-inschrijvers als gunstiger zal worden gezien. Zij wijzen er immers op dat de grotere omvang juist voordelen heeft. Meer in het algemeen valt te verwachten dat organisatorische en onderhandelingsvoordelen te behalen zijn, zoals een gedeelde back office of een afname-garantie. Tegen die achtergrond is alleszins voorstelbaar dat tegenover Park&Charge en OpCharge (de onderneming van wie zij een adhesiebetuiging heeft overgelegd) met hun voorkeuren ook andere potentiële mkb-inschrijvers staan, die net als FIMIH en RD juist voordelen zien in grote concessies. De gekozen indeling in twee ‘percelen’ is, tegen deze achtergrond en gegeven de gerechtvaardigde belangen van de Aanbestedende diensten en hun vrijheid bij het inrichten van de aanbesteding, niet disproportioneel.

4.8.         De conclusie uit het voorgaande is dat de Aanbestedende diensten niet in strijd hebben gehandeld met het splitsingsgebod ex artikel 1.5. lid 3 Aw. De vordering om op deze grond staking van de huidige aanbestedingsprocedure te gelasten en de Aanbestedende diensten te gelasten meerdere nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren, wordt afgewezen.

Lees ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2022/10/niet-louter-mkb-recht.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten