In artikel 67 lid 2 Richtlijn 2014/24/EU is onder meer bepaald:
De economisch meest voordelige inschrijving uit het
oogpunt van de aanbestedende dienst wordt vastgesteld op basis van de prijs of
de kosten, op basis van kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten,
overeenkomstig artikel 68, waarbij onder meer de beste
prijs-kwaliteitsverhouding in aanmerking kan worden genomen, te bepalen op
basis van criteria, waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die
verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. […]
En artikel 67 lid 3 Richtlijn 2014/24/EU luidt als volgt:
Gunningscriteria worden geacht verband te houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van hun levenscyclus, met inbegrip van factoren die te maken hebben met:
a) het
specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken,
leveringen of diensten, of
b) een specifiek proces voor een andere fase van hun levenscyclus,
zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun
materiële basis.
Zie ook artikel 2.114 lid 2 en artikel 2.115 leden 2 en 3 Aanbestedingswet 2012.
Voorts is in Overweging 97 van Richtlijn 2014/24/EU opgenomen:
De voorwaarde dat er een verband met het voorwerp van
de opdracht moet zijn sluit echter criteria en voorwaarden uit met betrekking
tot algemeen ondernemingsbeleid, die namelijk niet kunnen worden beschouwd als
een factor welke kenmerkend is voor het specifieke productie- of
verrichtingsproces. De aanbestedende dienst mag derhalve niet als voorwaarde
kunnen stellen dat de inschrijver een beleid van maatschappelijk en ecologisch
verantwoord ondernemen voert.
De Conclusie van de AG R. Norkus van 22 oktober 2026 in zaak C-552/25 (Balmung Medical Handel) geeft in voornoemd verband een praktisch werkbare grammaticale uitleg van het begrip ‘verband met het voorwerp van de opdracht’ (hieronder zonder voetnoten):
31. Het
begrip „verband met het voorwerp van de opdracht” wordt niet gedefinieerd in
artikel 67, leden 2 en 3, van richtlijn 2014/24, gelezen in samenhang met
overweging 97 ervan.(20) Niettemin biedt dit artikel aanwijzingen aan de hand
waarvan het verband tussen de gunningscriteria en het voorwerp van de opdracht
kan worden vastgesteld, en zodoende aan de desbetreffende eis kan worden
voldaan. Volgens de bewoordingen van dit artikel worden, wanneer de economisch
meest voordelige inschrijving uit het oogpunt van de aanbestedende dienst wordt
vastgesteld op basis van criteria die onder andere milieuaspecten omvatten,
deze criteria geacht verband te houden met het voorwerp van de
overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die
opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in
elk stadium van hun levenscyclus(21), met inbegrip van factoren die te maken
hebben met het specifieke productieproces, de levering of de verhandeling van
deze werken, leveringen of diensten, of een specifiek proces voor een andere
fase van hun levenscyclus. Het artikel bepaalt dat dit zelfs het geval is
wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun materiële inhoud.
32. Uit de bewoordingen van artikel 67,
leden 2 en 3, van richtlijn 2014/24, gelezen in samenhang met overweging 97
ervan, volgt dat het begrip „verband met het voorwerp van de opdracht” een ruim
begrip is, in die zin dat een gunningscriterium als verband houdend met dat
voorwerp wordt beschouwd wanneer het samenhangt met de aard zelf van het goed
of de dienst en alle fasen van het bestaan daarvan of de processen die daaraan
gekoppeld zijn. Het is dus niet noodzakelijk dat het criterium betrekking heeft
op een intrinsiek kenmerk van het product. […]
33. Bovendien zij erop gewezen dat artikel
67, leden 2 en 3, van richtlijn 2014/24, gelezen in samenhang met lid 1 ervan,
bepaalt dat de voorwaarde dat de gunningscriteria verband houden met het
voorwerp van de opdracht, tot doel heeft het mogelijk te maken de economisch
meest voordelige inschrijving uit het oogpunt van de aanbestedende dienst te
bepalen. Deze voorwaarde, in de zin van dat artikel, maakt het dus mogelijk om
deze criteria in het kader van de gunning van de opdracht te gebruiken als
middelen voor de beoordeling van de waarde van de inschrijvingen in termen van
prijs, kosten of prijs‑kwaliteitsverhouding.
Om deze reden moet er een nauwe samenhang, of zelfs een logisch verband,
bestaan tussen de inhoud van de gekozen gunningscriteria en de door de
aanbestedende dienst geformuleerde aankoopbehoefte.
De Conclusie bevat verder ook een contextuele uitlegging en een teleologische uitlegging van artikel 67 leden 2 en 3 Richtlijn 2014/24/EU.
Lees ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2024/07/het-gebruik-van-de-co2-prestatieladder.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten