zondag 21 juni 2026

Om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden

Artikel 2.96 Aanbestedingswet 2012 luidt (thans) als volgt:


1.            Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap, voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

2.            Een aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking indien de ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer bewijst dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen.

Vroeger, vóór 1 juli 2016, was, en ging, het anders.

Rechtbank Limburg 4 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5449 gaat (echter) terecht uit van het huidige recht:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5449


4.4.         De Gemeente heeft terecht naar voren gebracht dat aan haar, als aanbestedende dienst, bij het formuleren van de geschiktheidseisen en technische eisen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. De rechter toetst terughoudend of de gestelde eis verband houdt met het voorwerp van de opdracht en in redelijke verhouding staat tot het daarmee te dienen doel. In dat licht bezien, kan niet worden aangenomen dat er sprake is van strijd met het proportionaliteitsbeginsel. De ISO 9001-eis ziet op kwaliteitsmanagement en kwaliteitsborging. De Gemeente heeft voldoende gemotiveerd dat de opdracht een bestendige kwaliteitswaarborging en procesmatige controle vereist en dat ISO 9001 juist ook ziet op dergelijke kwaliteitsmanagementprocessen. Deze aanbesteding is erop gericht om de openbare verlichting in de Gemeente Maastricht te vervangen. Het gaat daarbij - zo staat vast - om begeleiding bij de vervanging van 16.000 armaturen en 7.200 masten. De opdracht loopt tot en met 2029 en het betreft een langdurige en complexe opdracht. De te begeleiden operatie betreft een project met een waarde van 22 miljoen euro. Gelet daarop moet worden aangenomen dat de certificaateis voldoende verband houdt met de opdracht en deze eis niet verder gaat dan redelijkerwijs noodzakelijk. Het enkele feit dat andere aanbestedende diensten bij beweerdelijke vergelijkbare opdrachten deze eis niet hebben gesteld, maakt dat niet anders.

[…]

4.7.         De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 2.96 lid 2 Aw een wettelijk kader voor eisen op het gebied van kwaliteitsnormen en certificaten geeft. Uit deze bepaling volgt dat een aanbestedende dienst, in dit geval de Gemeente, buiten gelijkwaardige certificaten ook andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen op het gebied van kwaliteitsbewaking moet accepteren, maar alleen indien de ondernemer het certificaat niet binnen de gestelde termijn kan verkrijgen om redenen die hem niet kunnen worden aangerekend en indien hij aantoont dat zijn maatregelen aan de gestelde kwaliteitsnormen voldoen. Gelet op het vorenstaande hoefde de Gemeente in dit geval niet inhoudelijk te toetsen of het door Consul Infra overgelegde kwaliteitshandboek gelijkwaardig was aan het door de Gemeente gevraagde certificaat. Die inhoudelijke toets was pas aan de orde gekomen indien aannemelijk was geweest dat het ontbreken van het certificaat Consul Infra niet had kunnen worden aangerekend. Nu Consul Infra niet heeft gesteld of onderbouwd dat het niet tijdig beschikken over het certificaat haar niet kan worden aangerekend, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder artikel 2.96 lid 2 Aw ruimte biedt voor aanvaarding van andere bewijzen. Immers, Consul Infra heeft in dat kader pas na de voorlopige gunning naar voren gebracht dat zij de vereiste certificering waarschijnlijk op korte termijn zal verkrijgen. Daarbij heeft zij niet gesteld dat, laat staan onderbouwd waarom, haar niet kan worden aangerekend dat zij (nog) niet in het bezit was van een ISO 9001-certificaat op het moment van het sluiten van de inschrijving. Op grond van het vorenstaande bestond er voor de Gemeente geen reden voor een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gelijkwaardigheid van de door Consul Infra getroffen maatregelen, opgenomen in een kwaliteitshandboek.

Lees ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2022/11/gelijkwaardige-maatregelen-op-het.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten