Artikel 2.96 Aanbestedingswet 2012 luidt (thans) als volgt:
1. Indien
een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een
onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde
kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake de toegankelijkheid voor
personen met een handicap, voldoet, verwijst hij naar
kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein
zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door
conformiteitsbeoordelingsinstanties die voldoen aan de Europese normenreeks
voor certificering.
2. Een
aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere
lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst
aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het
gebied van de kwaliteitsbewaking indien de ondernemer die certificaten niet
binnen de gestelde termijnen kan verwerven om redenen die hem niet aangerekend
kunnen worden, mits de ondernemer bewijst dat de voorgestelde maatregelen op
het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen.
Vroeger, vóór 1 juli 2016, was, en ging, het anders.
Rechtbank Limburg 4 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5449 gaat (echter) terecht uit van het huidige recht:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5449
4.4. De
Gemeente heeft terecht naar voren gebracht dat aan haar, als aanbestedende
dienst, bij het formuleren van de geschiktheidseisen en technische eisen een
ruime beoordelingsvrijheid toekomt. De rechter toetst terughoudend of de
gestelde eis verband houdt met het voorwerp van de opdracht en in redelijke
verhouding staat tot het daarmee te dienen doel. In dat licht bezien, kan niet
worden aangenomen dat er sprake is van strijd met het
proportionaliteitsbeginsel. De ISO 9001-eis ziet op kwaliteitsmanagement en
kwaliteitsborging. De Gemeente heeft voldoende gemotiveerd dat de opdracht een
bestendige kwaliteitswaarborging en procesmatige controle vereist en dat ISO
9001 juist ook ziet op dergelijke kwaliteitsmanagementprocessen. Deze
aanbesteding is erop gericht om de openbare verlichting in de Gemeente
Maastricht te vervangen. Het gaat daarbij - zo staat vast - om begeleiding bij
de vervanging van 16.000 armaturen en 7.200 masten. De opdracht loopt tot en
met 2029 en het betreft een langdurige en complexe opdracht. De te begeleiden
operatie betreft een project met een waarde van 22 miljoen euro. Gelet daarop
moet worden aangenomen dat de certificaateis voldoende verband houdt met de
opdracht en deze eis niet verder gaat dan redelijkerwijs noodzakelijk. Het
enkele feit dat andere aanbestedende diensten bij beweerdelijke vergelijkbare
opdrachten deze eis niet hebben gesteld, maakt dat niet anders.
[…]
4.7. De
voorzieningenrechter overweegt dat artikel 2.96 lid 2 Aw een wettelijk kader
voor eisen op het gebied van kwaliteitsnormen en certificaten geeft. Uit deze
bepaling volgt dat een aanbestedende dienst, in dit geval de Gemeente, buiten
gelijkwaardige certificaten ook andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen
op het gebied van kwaliteitsbewaking moet accepteren, maar alleen indien de
ondernemer het certificaat niet binnen de gestelde termijn kan verkrijgen om
redenen die hem niet kunnen worden aangerekend en indien hij aantoont dat zijn
maatregelen aan de gestelde kwaliteitsnormen voldoen. Gelet op het vorenstaande
hoefde de Gemeente in dit geval niet inhoudelijk te toetsen of het door Consul
Infra overgelegde kwaliteitshandboek gelijkwaardig was aan het door de Gemeente
gevraagde certificaat. Die inhoudelijke toets was pas aan de orde gekomen
indien aannemelijk was geweest dat het ontbreken van het certificaat Consul
Infra niet had kunnen worden aangerekend. Nu Consul Infra niet heeft gesteld of
onderbouwd dat het niet tijdig beschikken over het certificaat haar niet kan
worden aangerekend, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder artikel 2.96
lid 2 Aw ruimte biedt voor aanvaarding van andere bewijzen. Immers, Consul
Infra heeft in dat kader pas na de voorlopige gunning naar voren gebracht dat
zij de vereiste certificering waarschijnlijk op korte termijn zal verkrijgen.
Daarbij heeft zij niet gesteld dat, laat staan onderbouwd waarom, haar niet kan
worden aangerekend dat zij (nog) niet in het bezit was van een ISO
9001-certificaat op het moment van het sluiten van de inschrijving. Op grond
van het vorenstaande bestond er voor de Gemeente geen reden voor een
inhoudelijke beoordeling van de gestelde gelijkwaardigheid van de door Consul
Infra getroffen maatregelen, opgenomen in een kwaliteitshandboek.
Lees ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2022/11/gelijkwaardige-maatregelen-op-het.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten