donderdag 4 juni 2026

Tijdens de looptijd van een overheidsopdracht

In verband met de toepassing van de ‘bagatellen’ (< 10% of < 15%) van artikel 2.163b Aanbestedingswet 2012 en/of de toepassing van een herzieningsclausule volgens artikel 2.163c Aanbestedingswet 2012 en/of de aankoop van ‘aanvullende werken, diensten of leveringen’ volgens artikel 2.163d Aanbestedingswet 2012 is eveneens het bepaalde in artikel 2.163a Aanbestedingswet 2012 relevant:


Een wijziging van een overheidsopdracht tijdens de looptijd ervan kan uitsluitend zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet plaatsvinden in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen.

Zie daartoe ook artikel 72 lid 5 Richtlijn 2014/24/EU:


Voor andere wijzigingen dan de in de leden 1 en 2 genoemde wijzigingen die tijdens de looptijd van een overheidsopdracht of een raamovereenkomst dienen te worden aangebracht, is een nieuwe aanbestedingsprocedure overeenkomstig deze richtlijn nodig.

Wat in vorenbedoeld verband ‘tijdens de looptijd van een overheidsopdracht’ betekent, is uitgelegd in het arrest HvJEU 4 juni 2026 in zaak C-820/24 (Strominator Elektro):

https://infocuria.curia.europa.eu/tabs/document/C/2024/C-0820-24-00000000RP-01-P-01/ARRET/321771-NL-1-html


44           Wat in de eerste plaats de bewoordingen van artikel 72 van richtlijn 2014/24 betreft, moet worden vastgesteld dat noch deze bepaling noch enige andere bepaling van die richtlijn een definitie van het begrip „gedurende de looptijd [van een opdracht]” bevat. Uit de bewoordingen van artikel 72 kunnen evenmin andere aanwijzingen worden afgeleid die een antwoord kunnen bieden op de vraag of de „looptijd” van een opdracht voortduurt zolang de aanbestedende dienst nog niet heeft betaald voor de prestatie die de aannemer op grond van deze opdracht volledig heeft verricht en die deze aanbestedende dienst definitief in ontvangst heeft genomen, dan wel de „looptijd” van een dergelijke opdracht eindigt nadat de aanbestedende dienst de werkzaamheden definitief heeft aanvaard en de aannemer de eindfactuur heeft uitgereikt, waarbij het uitblijven van betaling door die aanbestedende dienst in dit geval geen invloed heeft.

45           Wat in de tweede plaats de context van artikel 72 van richtlijn 2014/24 betreft, kan op basis van het eerste zinsdeel van artikel 2, lid 1, punt 5 van die richtlijn - volgens hetwelk overheidsopdrachten „schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel” zijn - inderdaad worden aangenomen dat de „looptijd” van een dergelijke opdracht voortduurt zolang de daaruit voortvloeiende wederzijdse verplichtingen niet zijn nagekomen. Die verplichtingen omvatten niet alleen de verrichting van de op de aannemer rustende prestaties, maar ook de betaling van de prijs die voor die prestaties moet worden betaald.

46           Zoals de verwijzende rechter opmerkt, moet artikel 72 van richtlijn 2014/24 - gelezen in samenhang met overweging 107 ervan, die ziet op opdrachten „tijdens de uitvoering ervan” - echter aldus worden begrepen dat het alleen mogelijk is om een opdracht zonder nieuwe aanbestedingsprocedure te wijzigen indien dit gebeurt „tijdens de uitvoering ervan”.

47           Zoals blijkt uit andere bepalingen van deze richtlijn, heeft de term „uitvoering” betrekking op de verrichting van de op de aannemer rustende prestaties, en niet op de betalingsverplichting die rust op de aanbestedende dienst. Het tweede zinsdeel van artikel 2, lid 1, punt 5, van richtlijn 2014/24 verwijst naar de „uitvoering van werken”. Voorts bepaalt artikel 70 van deze richtlijn dat aanbestedende diensten speciale voorwaarden kunnen verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits zij overeenkomstig artikel 67, lid 3, van deze richtlijn verband houden met werken, leveringen of te verrichten diensten. Vanuit datzelfde oogpunt bepaalt artikel 58, lid 4, eerste alinea, van die richtlijn dat aanbestedende diensten eisen kunnen opleggen opdat ondernemers over de noodzakelijke personele en technische middelen en ervaring beschikken om de opdracht volgens een passende kwaliteitsnorm „uit te voeren”.

48           Uit deze lezing vloeit voort dat de „looptijd” van een opdracht in de zin van artikel 72 van richtlijn 2014/24 enkel voortduurt zolang de krachtens deze opdracht op de aannemer rustende prestaties niet volledig zijn uitgevoerd. Bijgevolg is een wijziging van die opdracht onder de in die bepaling gestelde voorwaarden alleen mogelijk totdat deze aannemer de prestaties volledig heeft uitgevoerd, waarbij het uitblijven van betaling door de aanbestedende dienst niet relevant is.

49           In de derde plaats vindt een dergelijke uitlegging bevestiging in de doelstellingen die met die bepaling worden nagestreefd. Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat artikel 72 van deze richtlijn, door de voorwaarden vast te stellen waaronder lopende opdrachten zonder nieuwe aanbestedingsprocedure kunnen worden gewijzigd, beoogt de eerbiediging van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie te verzekeren en tegelijkertijd een zekere soepelheid in te voeren bij de toepassing van de regels betreffende overheidsopdrachten, zodat aanbestedende diensten pragmatisch kunnen reageren op situaties waarmee zij bij de uitvoering van opdrachten worden geconfronteerd (zie in die zin arrest van 16 oktober 2025, Polismyndigheten, C‑282/24, EU:C:2025:790, punt 38 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

50           Niettemin zij eraan herinnerd dat artikel 72 strikt moet worden uitgelegd aangezien het voorziet in afwijkingen van deze beginselen (zie in die zin arrest van 16 oktober 2025, Polismyndigheten, C‑282/24, EU:C:2025:790, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

51           Wanneer de prestaties van de aannemer definitief door de aanbestedende dienst zijn aanvaard en de eindfactuur is uitgereikt, hoeft die dienst geen manoeuvreerruimte meer te worden gelaten bij de toepassing van de regels inzake overheidsopdrachten, aangezien het uitgesloten is dat hij bij de uitvoering van de betrokken opdracht kan worden geconfronteerd met situaties die aanleiding geven tot een wijziging van de opdracht.

52           Dit is dus precies de premisse waarop de verschillende bepalingen van artikel 72 zijn gebaseerd.

53           Indien zou worden aanvaard dat de aanbestedende dienst een overheidsopdracht kan wijzigen zonder een nieuwe aanbestedingsprocedure in te leiden zolang hij de voor de door de aannemer verrichte prestaties verschuldigde prijs niet betaalt, terwijl deze prestaties definitief zijn aanvaard en de eindfactuur is uitgereikt, zou dit er bovendien op neerkomen dat de aanbestedende dienst naar eigen goeddunken de periode kan verlengen waarin een afwijkende bepaling - namelijk artikel 72 van richtlijn 2014/24 - van toepassing kan zijn. Een dergelijke uitlegging zou evenwel indruisen tegen de strikte uitlegging die aan deze bepaling moet worden gegeven, zoals in punt 50 van dit arrest in herinnering is gebracht.

54           Aan deze conclusie kan niet worden afgedaan door het betoog van de Oostenrijkse en de Franse regering dat artikel 4, lid 3, onder a), van richtlijn 2011/7, gelezen in samenhang met artikel 2, punten 1 en 2, van die richtlijn, zich ertegen verzet dat aanbestedende diensten te laat betalen. Voor die betalingen geldt een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst van een factuur, op straffe van betaling van wettelijke interest krachtens artikel 4, lid 1, van die richtlijn na afloop van deze termijn.

55           Zoals de advocaat-generaal in de punten 83 en 84 van zijn conclusie in essentie heeft opgemerkt, is een dergelijke betalingstermijn immers noodzakelijk omdat de „looptijd” van een opdracht eindigt zodra de door de aannemer te verrichten prestaties definitief door de aanbestedende dienst zijn aanvaard en deze aannemer de eindfactuur heeft uitgereikt.

56           Gelet op voorgaande overwegingen moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 72 van richtlijn 2014/24 aldus moet worden uitgelegd dat de „looptijd” van een overheidsopdracht in de zin van deze bepaling niet voortduurt wanneer de aannemer de op grond van de betrokken opdracht te leveren prestaties volledig heeft verricht, de aanbestedende dienst deze prestaties definitief heeft aanvaard en de aannemer de eindfactuur heeft uitgereikt, ook niet wanneer de aanbestedende dienst de daarop vermelde prijs nog niet heeft betaald.

Uit het arrest volgt dus, dat de artikelen 2.163b t/m 2.163g Aanbestedingswet 2012 strikt moeten worden uitgelegd, aangezien zij voorzien in een afwijking van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en de toepassing van de regels betreffende overheidsopdrachten.

Het is niet mogelijk, dat de aanbestedende dienst zelf de periode verlengt waarin die artikelen van toepassing (kunnen) zijn, door bijvoorbeeld de eindfactuur van de opdrachtnemer (nog) niet te betalen.

Wanneer de opdrachtnemer de te leveren prestaties volledig heeft verricht, de aanbestedende dienst deze prestaties definitief heeft aanvaard en de opdrachtnemer de eindfactuur heeft uitgereikt, komt de aanbestedende dienst geen (afwijkende) manoeuvreerruimte meer toe bij de toepassing van de Europese aanbestedingsregels.

Onderhavig arrest bevestigt (dus) ook het arrest HvJEU 16 oktober 2025 in zaak C-282/24 (Polismyndigheten). Daarover deze Blog:

https://keesvandewater.blogspot.com/2025/10/een-fundamentele-aantasting-van-het.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten