De aanbestedende dienst, klaarblijkelijk, gelet op de pleitnota,
gemeente Rotterdam, is in staat om in een aanbestedingsprocedure in verband met
een raamovereenkomst voor ‘mobiele hardware’ (smartphones, mobiele telefoons en
tablets inclusief accessoires) te gunnen op basis van het gunningscriterium ‘economisch
meest voordelige inschrijving vastgesteld op basis van de laagste prijs’.
Zie daartoe het vonnis Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14720:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14720
5.18. In
dit geval heeft de gemeente gekozen voor de laagste prijs. Binnen de
discretionaire vrijheid die de gemeente in dit kader heeft, was het haar
toegestaan om te gunnen op basis van de laagste prijs en geen
kwaliteitsaspecten in de gunningscriteria op te nemen. De gemeente heeft in het
PVE, in samenhang met het prijzenformulier en de minimumspecificaties,
uitgebreide eisen opgenomen waaraan de inschrijvers moeten voldoen. De gemeente
heeft in de aanbestedingsstukken aangegeven geen meerwaarde te zien in partijen
die het “beter/sneller/hoger” kunnen dan de eisen in het PVE. Naar het oordeel
van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de keuze voor de laagste prijs als
gunningscriterium voldoende gemotiveerd in de NVI’s (zie het antwoord op vraag
4 en vraag 334). Voldoende gebleken is dat de eisen die de gemeente in de PVE
stelt al een duidelijk kwaliteitsniveau op uiteenlopende aspecten garanderen,
zodat inschrijvingen die daaraan voldoen in zoverre kwalitatief gelijkwaardig
zijn. Betere kwaliteit heeft voor de gemeente geen meerwaarde en behoeft dus
niet mee te wegen. Van belang daarbij is dat het hier, zoals de gemeente heeft
aangevoerd en ook niet wordt betwist, met name om het inkopen en weer
doorverkopen van gestandaardiseerde hardware-producten gaat. De omstandigheid
dat er redenen zijn aan te wijzen om te kiezen voor de beste
prijs-kwaliteitsverhouding is, gelet op het voorgaande, onvoldoende om de keus
voor het gunningscriterium laagste prijs als zodanig onacceptabel te achten.
5.19. De
gemeente heeft een neutrale technische omschrijving van een aantal producten
gegeven die meebrengt dat concurrentie op prijs voor die producten, waarvan de
levering inderdaad de kern van de opdracht vormt, mogelijk is. Daarbij heeft
zij het, onder meer vanwege de huidige markt voor de hier bedoelde hardware,
wenselijk geacht om inschrijvingen niet te beoordelen op inkoopprijs maar op
een opslagpercentage dat de inschrijver over de inkoopprijs rekent. De gemeente
heeft aangenomen dat van wezenlijke verschillen tussen de inkoopprijzen die de
diverse spelers op de reseller markt
bij de fabrikanten en distributeurs kunnen bedingen, geen sprake is. Ook dat is
op zichzelf een toelaatbare keuze die mededinging mogelijk maakt.
Het mag de gemeente echter niet baten:
5.35. In
twee parallelle kortgedingprocedures over de Aanbesteding, ingesteld door
andere inschrijvers, wordt eveneens vandaag vonnis gewezen. In die procedures
is - op grond van andere gronden dan door [eiseres] aangevoerd - geoordeeld dat
sprake is van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure en wordt
beslist dat de aanbestedingsprocedure gestaakt moet worden en dat de gemeente,
desgewenst, tot heraanbesteding dient over te gaan. Dat betekent dat ondanks de
beslissingen in dit vonnis, aan de aanbestedingsprocedure geen verdere
uitvoering kan worden gegeven.
Die ‘twee parallelle kortgedingprocedures’ zijn thans nog niet gepubliceerd.
Ben dus benieuwd.
Wellicht gaat het om een zelfde kwestie als genoemd in deze Blog (maar dan onder de GIBIT):
https://keesvandewater.blogspot.com/2026/02/een-disproportionele-uitvraag.html
Bijvoorbeeld, dat Apple geen smartphones aan resellers wenst te leveren op basis van hetgeen door de gemeente in de aanbestedingsprocedure is/wordt uitgevraagd?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten