In het arrest HvJEU
29 maart 2012 in zaak C-599/10 (SAG ELV Slovensko e.a.) is onder
meer overwogen:
40 Artikel 2 staat er in het bijzonder
evenwel niet aan in de weg dat, in uitzonderlijke gevallen, de gegevens van de
inschrijvingen gericht kunnen worden verbeterd of aangevuld, met name omdat
deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze
wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt
voorgesteld. […]
En dat is, ook onder Richtlijn 2014/24/EU, nog steeds relevant (en uitgangspunt).
Zie in verband met ‘kennelijke materiële fouten’ voornoemd, (immers) onder meer het arrest Hof Den Haag 18 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2297:
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:2297
9. […]
Evenmin is sprake van een kennelijke materiële fout. Zoals de
voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, kon uit de inschrijving van
Multidag niet worden afgeleid dat haar verklaring dat zij meer dan 5% van de
omzet doorcontracteerde, niet juist was. Multidag onderbouwt in haar memorie
van grieven ook niet waarom dat, in weerwil van hetgeen de voorzieningenrechter
daarover in rechtsoverweging 4.3 heeft overwogen, voor Menzis wel kenbaar moet
zijn geweest. […]
Rechtbank Gelderland 10 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1103:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:1103
4.12. Bovendien
kan van een fout die zich leent voor herstel slechts dan sprake zijn, indien op
het moment van inschrijven voor in dit geval De Connectie als aanbestedende
dienst volstrekt duidelijk was wat de bedoeling van [eiser] als inschrijver was
en op basis van de inschrijving aldus onmiskenbaar was dat daarin een
vergissing is gemaakt. […]
En Rechtbank Limburg 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9773:
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:9773
4.24. […] Doordat
van zeven essentiële vragen de antwoorden niet zijn gegeven en deze ook
overigens, aan de hand van de inschrijving van Insta Zuid, niet objectief
kunnen worden vastgesteld, is sprake van een op essentiële punten, onvolledige
inschrijving. […] Van een kennelijke omissie waarvoor een herstelmogelijkheid
zou moeten worden geboden is […] geen sprake.
De ‘kennelijke (materiële) fout’ wordt doorgaans geschaard onder het aanbestedingsrechtelijke leerstuk van (de mogelijkheid van het) ‘herstel van gebreken’.
Een ‘fysiek’ herstel is echter niet nodig bij een ‘kennelijke (materiële) fout’.
Uit de, uit de (overige) inschrijvingsdocumenten van de inschrijver afgeleide, objectief vastgestelde (échte) bedoeling van de inschrijver volgt immers in het voorkomend geval ‘het kennelijke’ van de, alsdan voor eenieder objectief kenbare, fout die (dus) klaarblijkelijk niet bedoeld was. Een herstel van zo’n ‘kennelijke fout’ leidt in werkelijkheid niet tot een nieuwe inschrijving. De inschrijving hoeft (dan) namelijk (ook) niet inhoudelijk aangepast/gewijzigd/hernieuwd/aangevuld e.d. te worden. Met de objectief vastgestelde (échte) bedoeling is de inschrijving op inschrijvingsdatum en -tijdstip (immers) feitelijk (al) gegeven (ingediend en ontvangen). De inschrijving (het aanbod) kan daarmee (dus) in beginsel ook, in de zin van artikel 6: 217 lid 1 BW, door de aanbestedende dienst aanvaard worden.
Het fysiek aanleveren van een hersteld inschrijvingsdocument door de inschrijver is dan (dus) ook niet nodig.
Slechts een aantekening van de geconstateerde ‘kennelijke (materiële) fout’ in het interne aanbestedingsdossier, en, in het voorkomend geval, bij gunning, oplettendheid bij het opmaken van de overeenkomst, volstaat.
Lees over ‘kennelijke’ en ‘fouten en gebreken in de inschrijving’ ook:
https://keesvandewater.blogspot.com/2019/07/kennelijke.html
en
https://keesvandewater.blogspot.com/2025/10/als-je-maar-iets-aanvinkt.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten