vrijdag 10 juli 2026

De waarde van een marktconsulatie kan dus nihil zijn

Artikel 2.32 lid 1 sub b onder 2° en lid 3 Aanbestedingswet 2012 luidt als volgt:


De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

[…]

b.            de overheidsopdracht slechts door een bepaalde ondernemer kan worden verricht, omdat:

[…]

2°.           mededinging om technische redenen ontbreekt, of

[…]

3.            Het eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.

Voor wat betreft de aanschaf van een ‘geïntegreerd softwarepakket voor E-HRM en Finance’ is onvoldoende aannemelijk, dat mededinging om technische redenen ontbreekt volgens Rechtbank Midden-Nederland 26 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4009:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4009


4.6          ROC heeft ten eerste onvoldoende aangetoond dat mededinging om technische redenen ontbreekt en de uitzondering van artikel 2.32 Aw dus van toepassing is. ROC heeft haar beroep op artikel 2.32 Aw voornamelijk gebaseerd op de uitkomsten van de door haar uitgevoerde marktconsultatie in januari 2025. Deze marktconsultatie had kort gezegd tot doel inzicht te verkrijgen in de beschikbare oplossingen, informatie te krijgen over de (on)mogelijkheden van een geïntegreerd softwarepakket voor E-HRM en Finance in relatie tot de situatie van ROC en de markt mee te laten denken over mogelijke oplossingen. Gelet op dit doel van de marktconsultatie, kan uit het feit dat alleen [belanghebbende] daarop heeft gereageerd niet worden afgeleid dat mededinging om technische redenen ontbreekt. Dat was ook niet het onderzoekskader van de marktconsultatie. Een van de randvoorwaarden van de marktconsultatie was bovendien dat marktpartijen door deelname aan de marktverkenning in een mogelijk vervolgtraject niet in een bevoordeelde (of benadeelde) positie zouden komen. Om deze redenen rechtvaardigt het feit dat er naast [belanghebbende] geen andere marktpartijen hebben gereageerd op de marktconsultatie, niet de conclusie dat er behalve [belanghebbende] geen andere partijen zijn die een geïntegreerde E-HRM en Finance applicatie kunnen leveren. In de eerste aankondiging wordt die gevolgtrekking echter wel gemaakt. Daar staat immers: “Uit de marktconsulatie komt naar voren dat er geen andere leveranciers zijn die een SaaS softwarepakket kunnen leveren waarbij (…)”.

4.7          In de tweede aankondiging wordt ingegaan op de mogelijkheid die [eiseres] en een andere onderneming gegeven is om te onderbouwen dat zij een “geïntegreerde E-HRM en Finance applicatie kunnen leveren”. [eiseres] heeft daarvan geen gebruik gemaakt, de andere onderneming wel. Volgens ROC bleek de andere onderneming niet in staat te onderbouwen dat zij het geïntegreerde softwarepakket leveren kon. Dat [eiseres] geen gebruik gemaakt heeft van deze mogelijkheid tot onderbouwing en dat de andere onderneming daartoe niet in staat is gebleken, legt ROC ten grondslag aan haar besluit om de voorgenomen gunning aan te handhaven. Ook deze twee feiten kunnen de conclusie dat er behalve [belanghebbende] geen andere partijen zijn die een geïntegreerde E-HRM en Finance applicatie niet rechtvaardigen. De gelegenheid die [eiseres] heeft gekregen om nader te onderbouwen dat zij het uitgevraagde softwarepakket kon leveren is door ROC gedaan in het kader van de marktconsultatie. Dat kader heeft reeds tot gevolg dat ROC uit het feit dat [eiseres] om haar moverende redenen niet van die gelegenheid gebruik gemaakt heeft en het feit de andere onderneming naar het oordeel van ROC niet heeft aangetoond dat zij de oplossing kon leveren, niet heeft kunnen en mogen afleiden dat de mededinging om technische redenen ontbreekt. Door deze conclusie wel te trekken miskent ROC dat het voor toepassing van de uitzondering van artikel 2.32 Aw niet aan [eiseres] is om aan te tonen dat zij het gevraagde leveren kan. Het is aan ROC om aan te tonen dat mededinging om technische redenen ontbreekt.

[…]

4.12        ROC heeft voor haar stelling dat zij op basis van de marktconsultatie heeft geconstateerd dat [belanghebbende] de enige is die de uitgevraagde oplossing kan leveren, nog aangevoerd dat haar mogelijkheden tot bewijslevering in dit kort geding beperkt zijn. Die beperking komt vanwege de stelplicht en bewijslast voor rekening van ROC. De onderbouwing en het bewijs van het om technische redenen ontbreken van mededinging had ROC al moeten hebben op het moment dat zij koos voor een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging.

4.13        Bovendien heeft ROC onvoldoende onderbouwd gesteld dat er geen redelijk alternatief of substituut bestaat zoals artikel 2.32 lid 3 Aw vereist voor toepassing van de uitzondering die artikel 2.32 Aw biedt. ROC heeft in de marktconsultatie en ook ter zitting toegelicht dat zij een geïntegreerd softwarepakket voor E-HRM en Finance wil en dat [belanghebbende] dat kan leveren. [eiseres] heeft daartegenover aangevoerd dat zij en andere leveranciers een vergelijkbaar systeem kunnen leveren. Volgens [eiseres] is haar oplossing ook een geïntegreerd systeem, maar is haar systeem op een technisch andere wijze ingericht. Zij heeft toegelicht dat haar systeem niet werkt met één, maar met meer bronverzamelingen die aan elkaar gekoppeld zijn door middel van API’s. Haar systeem zou hierdoor functioneel gelijk zijn aan het systeem van [belanghebbende] dat met één bronverzameling werkt. ROC heeft dit bestreden. Volgens haar is het gebruik van dergelijke koppelingen meer risicovol mede vanwege de essentiële functies van het geïntegreerde systeem zoals dat bij haar functioneert en waarmee zij kennelijk voorop loopt.

4.14        Het is aan ROC om te stellen en te bewijzen dat er geen redelijk alternatief of substituut bestaat. In kort geding en gelet op de restrictieve toepassing van artikel 2.32 Aw dient zij dat in aanzienlijke mate aannemelijk te maken. Daarin is ROC niet geslaagd. Zij heeft daar wel beschouwd weinig over gesteld. Dat zij een systeem met API’s problematischer en risicovoller vindt dan het systeem van [belanghebbende] , betekent niet dat een dergelijk systeem geen redelijk alternatief of substituut is. ROC en [belanghebbende] hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er voor hetgeen [belanghebbende] aanbiedt als E-HRM en Finance systeem geen redelijk alternatief of substituut bestaat.

De waarde van een marktconsulatie kan dus nihil zijn voor wat betreft de rechtmatige toepassing van artikel 2.32 lid 1 sub b onder 2° en lid 3 Aanbestedingswet 2012.

Lees over de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2025/01/te-wijten-zijn.html

en

https://keesvandewater.blogspot.com/2024/05/de-ene-aankondiging-is-de-andere.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten