maandag 5 november 2018

Voor niets gaat de zon op


Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 november 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7312:

4.10.      De gemeente voert als verweer dat zij er vanuit gaat dat consultatie op incidentele basis plaatsvindt en dat een dergelijke incidentele consultatievraag onderdeel is van de dienstverlening (collegiale dienstverlening). De gemeente stelt dat zij de vraag in de Nota van Inlichtingen van GGz Breburg dat zij dagelijks wordt geconfronteerd met consultatievragen niet herkent, omdat andere inschrijvers hier ook geen vragen over hebben gesteld.
4.11.      De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente wel vraagt om de dienstverlening ‘Consultatie’. Dit blijkt uit de antwoorden van de gemeente op vraag 178 van de eerste Nota van Inlichtingen en op vraag 91 van de tweede Nota van Inlichtingen. Consultatie is een onderdeel van de uitvoering van de Jeugdwet. Dat GGz Breburg een zeer grote instelling is met een breed pakket aan dienstverlening is door de gemeente wel onderkend. Aannemelijk is dat GGz Breburg door de veelheid aan specialismen die zij in huis heeft vaker wordt geconsulteerd dan andere instellingen die klein(er) van omvang zijn. De gemeente heeft dit niet betwist, maar alleen vermeld dat zij dit niet herkent. Het is daarom dat andere inschrijvers op dit punt geen vragen hebben gesteld. Door geen apart tarief op te nemen voor ‘Consultatie’ maar deze dienst wel te verlangen handelt de gemeente in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Voor de kleine instellingen is het immers geen probleem dat geen apart tarief voor consultatie is opgenomen omdat zij veel minder geconsulteerd worden. Dit is tevens in strijd met artikel 1.10. Aw waaruit onder meer de voorwaarde voortvloeit dat de geboden prijs in overeenstemming moet zijn met de gevraagde dienst.

Hof Den Bosch 30 oktober 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4534:


6.15.      In de toelichting op de grief voert de Gemeente aan dat zij consultatie niet als een aparte vorm van dienstverlening wenst te contracteren omdat van de inschrijvers niet wordt verlangd dat zij die dienst (anders dan in een incidenteel geval) verlenen en dat voor het behandelen van consultatievragen door de Gemeente een zogenoemd Expertiseteam van vakspecialisten (van onder andere specialistische zorgaanbieders) is ingericht.
Breburg bestrijdt dat zij niet frequent geconsulteerd wordt (onder meer door het Expertiseteam) en dat de Gemeente deze dienst niet van haar verlangt. Zij wijst erop dat de Gemeente, indien deze dienst inderdaad niet geleverd hoeft te worden, niet kan voldoen aan haar verplichtingen uit de Jeugdwet. Ook wijst zij erop dat de Gemeente bij de heraanbesteding wel een tarief voor consultatie heeft aangeboden en met Breburg is overeen gekomen welke vormen van consultatie wel onder het voorwerp van de opdracht vallen.
Uit de toelichtingen door partijen op dit punt verstrekt ter gelegenheid van het pleidooi, blijkt dat complexe vragen bij het Expertiseteam komen en daar behandeld worden en dat enkelvoudige vragen (die geen lopende behandeltrajecten betreffen) van bijvoorbeeld huisartsen en kinderartsen veelvuldig bij Breburg komen (als gevolg van de bij haar aanwezige specialismen) en door haar behandeld worden. Dat het wel degelijk de bedoeling is dat laatstgenoemde consultatievragen bij instellingen als Breburg terecht komen en door haar worden behandeld, is door de Gemeente niet (meer) bestreden, evenmin als de frequentie waarin die vragen voorkomen. Terecht heeft de voorzieningenrechter dan ook geoordeeld dat deze dienst wel van inschrijvers als Breburg wordt verlangd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet het hof niet in waarom voor die dienst geen tarief aangeboden zou moeten worden. Het hof deelt het oordeel van de voorzieningenrechter dat de Gemeente in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel handelde door dergelijke vormen van consultatie, die bij instellingen als Breburg frequent voorkomen, van die instellingen te verlangen zonder daarvoor een (reëel) tarief aan te bieden.
Grief II faalt.

Ja.

Voor niets gaat de zon op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten