woensdag 17 april 2024

Een verduidelijkingvraag

Een in de praktijk regelmatig gestelde vraag is:

Moeten wij de inschrijver om (een) verduidelijking vragen?

Ik zal de vraag hieronder beantwoorden.

Wellicht dat in het hierna genoemde Amsterdamse vonnis meespeelde, dat eiseres (Springbok) een huidige dienstverlener van gedaagde (UWV) was. Dat door eiseres referentieopdrachten uitgevoerd bij gedaagde waren opgevoerd. En dat de aanbestedingsstukken niet zo expliciet waren opgesteld, zoals gedaagde klaarblijkelijk had aangenomen en/of bedoeld.

Maar ik denk toch, dat de zorgvuldigheidsnorm in Rechtbank Amsterdam 20 maart 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1861:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1861

2.3.5.      Daar komt het volgende nog bij. Als het voor UWV bij het lezen van (de uitwerking van) de referenties van Springbok niet onmiddellijk duidelijk was dat deze referentieprojecten een waarde van tenminste € 100.000,00 hadden, vloeit uit het zorgvuldigheidsbeginsel voort dat UWV daarover in dit geval een vraag had moeten stellen. Het betreft immers informatie die achteraf op objectieve wijze kan worden aangetoond en door het stellen van een dergelijke verduidelijkingvraag zouden andere gegadigden niet worden benadeeld. Het zou niet leiden tot vervalsing van de mededinging. Deze vraag had immers eenvoudig aan elke gegadigde kunnen worden gesteld die de waarde niet expliciet heeft genoemd. […]

In beginsel beter past bij artikel 56 lid 3 Richtlijn 2014/24/EU:

Wanneer de door de ondernemers in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, kunnen de aanbestedende diensten, tenzij het nationale recht dat deze richtlijn uitvoert anders bepaalt; de betrokken ondernemers verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.

En (dus) artikel 2.55 Aanbestedingswet 2012:

Een aanbestedende dienst kan een ondernemer vragen om zijn inschrijving of verzoek om deelneming nader toe te lichten of aan te vullen, met inachtneming van de artikelen 2.84, 2.85 en 2.102.

Dan het bepaalde in Rechtbank Overijssel 6 mei 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1710:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:1710

4.9.         Anders dan ICS heeft betoogd was Windesheim niet gehouden om aan ICS (verduidelijkings)vragen te stellen. Nog daargelaten dat het blijkens de Leidraad bij de aanbesteding een discretionaire bevoegdheid van Windesheim betreft, moet het in een situatie als deze, waarin de onduidelijkheid van de aanmelding van ICS het gevolg is van een tekortschieten in zorgvuldigheid bij het opstellen ervan, in strijd worden geacht met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel om ICS (alsnog) de gelegenheid te bieden om haar aanmelding te verduidelijken. ICS zou in dat geval immers de kans krijgen een toelichting te verstrekken die volgens de Leidraad in de aanmelding had moeten zijn opgenomen.

Het Overijsselse vonnis maakt immers artikel 56 lid 3 Richtlijn 2014/24/EU en artikel 2.55 Aanbestedingswet 2012 zinledig. Zie daartoe deze Blog:

https://keesvandewater.blogspot.com/2020/05/tekortschieten-in-zorgvuldigheid.html

Dus.

En (nog) los van bijvoorbeeld Rechtbank Den Haag 1 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11348:

5.1.         De voorzieningenrechter stelt voorop dat zij de Provincie niet volgt in haar standpunt dat op haar geen plicht rustte om nader onderzoek te doen of om een verduidelijking te vragen. Naar voorshands oordeel was er, in het licht van de eisen waaraan de prijzen/aangeboden tarieven in de aanbesteding moesten voldoen, reden om te twijfelen aan de juistheid van de inschrijving van Vermeulen. […]

Ja.

In het voorkomend geval moet, vanwege het zorgvuldigheidsbeginsel, om (een) verduidelijking worden gevraagd.

Dat zegt echter nog niks over de eventuele (on-) mogelijkheid van herstel van een gebrek in de betreffende inschrijving.

Lees over ‘herstel’ bijvoorbeeld:

https://keesvandewater.blogspot.com/2018/09/de-bedoeling.html 

dinsdag 9 april 2024

Het daaruit volgend bedrag

Artikel 01.01.06.03 van de, doorgaans tot de aanbestedingsstukken behorende, Standaard RAW Bepalingen 2020 luidt als volgt:

“In een prijs per eenheid mogen geen uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en korting zijn begrepen. Na het subtotaal mogen geen eenmalige kosten worden opgenomen. Uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en een eventueel door de inschrijver gegeven korting worden opgenomen na het subtotaal in de vorm van een percentage ten opzichte van het subtotaal afgerond op een tiende en met vermelding van het daaruit volgend bedrag.”

Als in een Europese openbare aanbestedingsprocedure het ARW 2016 van toepassing is verklaard, dan is onder meer het bepaalde in artikel 2.32.1 ARW 2016 (linker-kolom) van belang:

“Een inschrijving die niet voldoet aan de eisen gesteld in dit reglement, de aankondiging en de voor inschrijving relevante aanbestedingsstukken, is ongeldig.”

En als het ARW 2016 niet van toepassing is, dan is onder meer artikel 56 lid 1 sub a Richtlijn 2014/24/EU (nog steeds) relevant:

“Opdrachten worden gegund op basis van criteria als vastgesteld overeenkomstig de artikelen 67 tot en met 69, mits de aanbestedende dienst er overeenkomstig de artikelen 59 tot en met 61 op heeft toegezien dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

 

a)            de inschrijving voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria als vermeld in de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling en in de aanbestedingsdocumenten, indien van toepassing met inachtneming van artikel 45”

Als een inschrijver in zijn inschrijvingsstaat percentages uitvoeringskosten, algemene kosten en winst en risico vermeldt die niet corresponderen met de door hem ter zake ingevulde ‘Totaalbedragen in EURO’, en dus ook niet corresponderen met de aangeboden inschrijvingssom op het inschrijvingsbiljet, dan is (dus) in het voorkomend geval sprake van een, vanwege het aanbestedingsrechtelijke gelijkheidsbeginsel niet voor gunning in aanmerking komende, ongeldige inschrijving volgens artikel 2.32.1 ARW 2016. Of anderszins van een niet voor gunning in aanmerking komende inschrijving volgens het bepaalde in artikel 56 lid 1 sub a Richtlijn 2014/24/EU.

Alsdan wordt immers in strijd gehandeld met (het) “en met vermelding van het daaruit volgend bedrag” uit artikel 01.01.06.03 van de Standaard RAW Bepalingen 2020 voornoemd.

Zie in dezelfde zin en voor hetzelfde ‘resultaat’, dat wil zeggen uitgesloten van de aanbestedingsprocedure/gunning, het vonnis Rechtbank Rotterdam 20 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2264 waarin percentages uitvoeringskosten, algemene kosten en winst en risico in de inschrijvingsstaat niet waren gerelateerd aan het ‘Transport subtotaal’:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2264

5.3.2.      Dura Vermeer noemt de fout een geringe onbedoelde omissie - wat, vanwege de taalkundige betekenis van het woord omissie, een minder juiste aanduiding is van wat hier gebeurd is - en stelt dat deze geen invloed heeft op de beoordeling en de uitkomst van de aanbesteding zodat er geen beletsel bestaat voor herstel. Volgens haar is alleen de in het inschrijfbiljet en ter onderbouwing en ontleding van de prijs ook in de inschrijfstaat aangeboden fictieve aanneemsom relevant voor de beoordeling van de inschrijving. De aangeboden percentages doen, aldus Dura Vermeer , pas mee bij de uitvoering van de raamovereenkomst en zijn in de aanbestedingsfase van ondergeschikt belang.

5.3.3.      De voorzieningenrechter volgt Dura Vermeer niet in haar standpunt dat de aangeboden percentages (en de eenheidsprijzen) er in de aanbestedingsfase niet toe doen. Uit het bepaalde in artikel 01.21.07 lid 1 RAW volgt dat voor de berekening van de aannemingssommen per deelopdracht de percentages (en de eenheidsprijzen) bepalend zijn voor de daadwerkelijk door [gedaagde] te betalen kosten verbonden aan de raamovereenkomst. Evident is dat dit van belang is voor de beoordeling van de inschrijving, omdat de percentages (en de eenheidsprijzen) als onderdeel van de aanneemsom kunnen worden beschouwd. Dat de percentages (en de eenheidsprijzen) geen direct onderdeel uitmaken van het gunningscriterium en op dit punt geen score wordt toegekend, maakt het voorgaande niet anders. Het standpunt dat Dura Vermeer inneemt over het cijfermatig onjuist zijn van de aangeboden percentages is bovendien niet consistent (zie hiervoor en 5.3.6 slot). De voorzieningenrechter is van oordeel dat het, zoals [gedaagde] en KWS betogen, op grond van de wet en de aanbestedingsdocumentatie even goed mogelijk is dat Dura Vermeer bewust beoogd heeft de door haar in de inschrijfstaat aangeboden percentages aan te bieden. Anders geformuleerd is niet helder of objectief vast te stellen hoe Dura Vermeer wilde inschrijven en zijn er verschillende scenario’s denkbaar die inhouden dat Dura Vermeer heeft beoogd in te schrijven met:

1.             de in de inschrijfstaat aangeboden percentages en lagere totaalbedragen; of

2.             hogere percentages en gelijkblijvende totaalbedragen (omdat prijsaanpassing na inschrijving niet is toegestaan).

5.3.4.      Dura Vermeer tracht met een toelichting achteraf in te vullen hoe zij beoogd heeft in te schrijven. Die invulling achteraf was naar voorlopig oordeel op het moment van de inschrijving echter niet zonder meer objectief kenbaar voor [gedaagde] . Uit de inschrijvingsdocumenten (inclusief de toelichting op de verduidelijkingsvraag) kan die invulling ook niet onmiskenbaar worden afgeleid. De onduidelijkheid over de vraag hoe Dura Vermeer heeft beoogd in te schrijven is daarmee niet opgeheven en dat kan ook niet.

5.3.5.      Een en ander leidt ertoe dat wijziging van de percentages, en daarom het toestaan van herstel, resulteert in een niet-toegestane wijziging van de inschrijving die in strijd is met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel en het doel van het aanbestedingsrecht. Herstel kan ook de mededinging schaden, omdat de gevolgen van de fout voor de uitvoering van de Opdracht niet te overzien zijn. [gedaagde] heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een niet voor herstel vatbare fout en Dura Vermeer terecht uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.

5.3.6.      Dura Vermeer stelt nog dat haar inschrijving, als herstel niet mogelijk is, met de initieel aangeboden percentages en de aangeboden aannemingssom kan worden gehandhaafd en gunning van perceel 2 aan haar kan volgen, omdat zij ingeschreven heeft met de beste prijs-/kwaliteitverhouding. Dat miskent dat zij is uitgesloten en kan daarom, maar ook omdat een niet herstelde inschrijving van Dura Vermeer in strijd is met het in 5.3.1. genoemde RAW-voorschrift, niet worden gehonoreerd.

De in deze Blog genoemde ‘bagatel’:

https://keesvandewater.blogspot.com/2022/02/de-bagatel-bij-de-raw-raamovereenkomst.html

Gaat, voor de goede orde, niet op.

Bij de vermelding van bijvoorbeeld, met toepassing van de ‘bagatel’, 0% uitvoeringskosten op de inschrijvingsstaat wordt immers ook daadwerkelijk 0% uitvoeringskosten aangeboden, en ook daadwerkelijk 0% uitvoeringskosten in de uitvoering van de RAW-raamovereenkomst ‘geĆ«ffectueerd’.

Wanneer op de inschrijvingsstaat onder ‘Totaalbedragen in EURO’ (teruggerekend) een percentage uitvoeringskosten van bijvoorbeeld 3,95% blijkt en op de inschrijvingsstaat zelf een percentage groot (‘afgerond op een tiende’) 4,0% staat vermeld, dan zal sprake zijn van een niet voor gunning in aanmerking komende (ongeldige) inschrijving, want 3,95% zal niet ‘geĆ«ffectueerd’ worden in de uitvoering van de RAW-raamovereenkomst volgens het bepaalde in artikel 01.21.05.02 sub a van de Standaard RAW Bepalingen 2020, aangezien 3,95% alsdan niet concreet is aangeboden middels de inschrijvingsstaat (en blijkbaar slechts als enig nut heeft, het ‘drukken’ van de inschrijvingssom).

Wanneer een percentage groot 4,0% vermeld staat op de inschrijvingsstaat, moet aldus, op straffe van uitsluiting/ongeldigheid van de inschrijving, onder ‘Totaalbedragen in EURO’ een ‘daaruit volgend bedrag’ staan, wat concreet en volledig correspondeert met 4,0% van het ‘(Transport) subtotaal’.

Lees in verband met het hierboven genoemde vonnis van Rechtbank Rotterdam en de (on-) mogelijkheden tot herstel ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2018/09/de-bedoeling.html