dinsdag 1 september 2015

De stoel


Rechtbank Den Haag 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10016:


5.2.        De voorzieningenrechter stelt voorop dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van kwalitatieve criteria, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat (enigszins) op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar dat behoeft – op zichzelf – nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht c.q. die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt de rechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief (sub)gunningscriterium. Aan de aangewezen – deskundige – beoordelaars (in dit geval het beoordelingsteam) moet dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund. Dat klemt te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Slechts indien sprake is van – procedurele dan wel inhoudelijke – onjuistheden c.q. onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.

5.3.        Met betrekking tot het in 5.2. onder (iii) genoemde aspect heeft Gatsometer in het kader van vraag 9 Fotokwaliteit-2 gesteld dat het gunningsvoornemen onvoldoende is gemotiveerd, aangezien de foto’s die door de overige inschrijvers zijn ingediend niet aan Gatsometer ter beschikking zijn gesteld, zodat voor haar niet controleerbaar is op grond waarvan de foto’s van de winnaar ‘nog iets scherper en beter belicht’ zijn. Ingevolge het aanbestedingsrecht dient de mededeling van de gunningsbeslissing alle relevante redenen voor die beslissing te bevatten, opdat daartegen doeltreffend beroep kan worden ingesteld. De brief van CVOM van 22 mei 2015 (met bijlagen), waarin het gunningsvoornemen aan Gatsometer bekend is gemaakt, voldoet daar naar voorlopig oordeel aan. In een van de bijlagen worden immers de scores van Gatsometer met betrekking tot het subgunningscriterium Kwaliteit vermeld en worden vervolgens per perceel de totaalscores van Gatsometer afgezet tegen de totaalscores van de winnende inschrijvers. Bovendien wordt de score van Gatsometer in een andere bijlage per subsubgunningscriterium toegelicht en worden daarbij de aspecten genoemd op grond waarvan de foto’s van de winnaar volgens de beoordelaars ‘meerwaarde’ hebben (iets scherper en beter belicht). De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de motivering van de gunningsbeslissing als voldoende moet worden aangemerkt. Dat CVOM de foto’s van de overige inschrijvers niet aan Gatsometer heeft afgegeven maakt het voorgaande niet anders, terwijl de Staat, ARS en CSC bovendien genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt dat deze foto’s een bedrijfsvertrouwelijk karakter dragen. Immers, uit de foto’s kunnen belangrijke kwaliteitsbepalende elementen worden afgeleid, welke inzicht kunnen geven in het door een andere inschrijver gebruikte systeem, zoals resolutie, synchronisatie of belichting. Onder die omstandigheden kan van de Staat dan ook niet worden gevergd dat hij deze foto’s aan Gatsometer ter beschikking stelt. Ten overvloede wordt overwogen dat Gatsometer haar stelling dat de foto’s van de andere inschrijvers mogelijk zijn gemanipuleerd in het geheel niet heeft onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.

5.4.        Met betrekking tot vraag 8 Fotokwaliteit-1 heeft Gatsometer zich op het standpunt gesteld dat zij voor de door haar ingediende foto’s net als bij de offerteaanvraag uit mei 2014 de score ‘10’ had moeten behalen. CVOM heeft immers door middel van het antwoord op vraag 3 in de eerste Nota van Inlichtingen bij Gatsometer de verwachting gewekt dat de beoordeling van de foto’s op dezelfde wijze zou plaatsvinden als bij de offerteaanvraag uit mei 2014, aldus Gatsometer, zodat de foto’s in strijd met de vooraf bekend gemaakte criteria zijn beoordeeld. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Uit de enkele mededeling in het antwoord op vraag 3 in de 1e Nota van Inlichtingen heeft Gatsometer als behoorlijk geïnformeerde normaal oplettende inschrijver naar voorlopig oordeel niet mogen afleiden dat zij met de door haar ingediende foto’s op het onderdeel Kwaliteit exact dezelfde score zou behalen als in mei 2014. Dat de beoordeling op dezelfde wijze plaatsvindt als bij de offerteaanvraag in mei 2014 brengt immers niet automatisch mee dat dezelfde foto’s ook dezelfde score opleveren. Zoals duidelijk omschreven in paragraaf 5.4. van de offerteaanvraag van 16 maart 2015 kennen de individuele beoordelaars van het beoordelingsteam een puntenscore per vraag toe, waarna een plenaire sessie zal plaatsvinden, waarbij grote afwijkingen tussen de verschillende beoordelaars kunnen worden besproken en eventueel kunnen worden bijgesteld. In paragraaf 5.6. van de offerteaanvraag van 16 maart 2015 is bovendien vermeld dat het beoordelingsteam uit vijf leden bestaat, terwijl het beoordelingsteam volgens de offerteaanvraag van 16 mei 2014 uit zeven leden bestond. Voorts blijkt uit de beide offerteaanvragen dat ook de samenstelling van het beoordelingsteam is gewijzigd. In 2014 maakten nog twee projectmanagers deel uit van het team en de ‘medewerker adviesbureau specificaties’ is in 2015 vervangen door een ‘zittingsvertegenwoordiger CVOM’. Reeds gelet op deze wijziging in de samenstelling en daarmee de expertise van het beoordelingsteam heeft Gatsometer er naar voorlopig oordeel niet op mogen vertrouwen dat de door haar in 2014 ingediende foto’s in het kader van de onderhavige offerteaanvraag tot dezelfde score zouden leiden. Dat zij dit wel heeft gedaan en haar aanbieding daarop heeft afgestemd, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico dient te komen.

5.5.        Ten slotte heeft Gatsometer nog gesteld dat de beoordeling met betrekking tot vraag 8-1 b) feitelijk onjuist en misplaatst is. Volgens Gatsometer is de contour van het voertuig immers ten minste redelijk zichtbaar en kan van verwarring tussen de letters ‘F’ en ‘P’, gelet op de vormgeving van de letters, geen sprake zijn. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat dergelijke constateringen bij uitstek binnen de beoordelingsvrijheid van het beoordelingsteam vallen, zodat, nu Gatsometer voorshands niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van ernstige of klaarblijkelijke fouten in de beoordeling, voor ingrijpen door de voorzieningenrechter geen plaats is. Dat Gatsometer het met het oordeel van het beoordelingsteam niet eens is, leidt niet tot een ander oordeel. Dat de eventuele verwarring tussen de letters door het beoordelingsteam ten onrechte is betrokken bij 8-1 b), zoals Gatsometer heeft gesteld, maakt dit evenmin anders. Uit de brief van 22 mei 2015 blijkt immers dat het beoordelingsteam met betrekking tot vraag 8-1 b) heeft geconstateerd dat het voertuigcontour onvoldoende zichtbaar was en dat de achterlichtconsole en de kentekenplaat overbelicht waren, zodat het beoordelingsteam reeds gelet op deze constateringen op goede gronden tot het oordeel heeft kunnen komen dat aan Gatsometer niet de maximale score op dit onderdeel toekomt.

De stoel”?

Ja. De stoel van de aanbestedende dienst.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten