zondag 18 februari 2024

Wat we er zelf van (willen) maken

Als ik het, qua transparantiebeginsel terechte, vonnis Rechtbank Midden-Nederland 8 februari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:592 zo lees:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:592

6.18.       Vast staat dat de eerdere beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria niet is verlopen in overeenstemming met de regels daarover in de aanbestedingsleidraad. Daarin staat:

‘In eerste instantie zullen de beoordelaars de Inschrijvingen individueel beoordelen op het Schriftelijke deel van het subgunningscriterium Kwaliteit. Het prijsdeel van de kluis zal pas worden geopend nadat de beoordelingscommissie de consenusbeoordeling heeft vastgesteld. Tijdens de beoordeling heeft dus niemand kennis van de ingediende prijzen.

Voor de beoordeling wordt uitgegaan van het consensusmodel. Bij het consensusmodel worden de individuele beoordelingen in de beoordelingscommissie met elkaar besproken en zal er een uiteindelijke beoordeling plaatsvinden op basis van consensus.

Bij al de kwalitatieve onderdelen kent de beoordelingscommissie per gunningscriterium een consensuswaardering toe in de vorm van het rapportcijfer 10, 8, 6, 4, 2 of 0.’))

De Opdrachtgever heeft geconstateerd dat de beoordelingscommissie bij de consensus waardering van kwalitatieve onderdelen is afgeweken van de voorschreven (even) puntensystematiek door oneven punten toe te kennen. Een dergelijk beoordelingsgebrek kan in de regel worden gerepareerd met een herbeoordeling, eventueel door een nieuwe beoordelingscommissie. Wat in deze zaak van belang is, is dat in de stukken een volgorde is voorgeschreven. Eerst moet een consensusbeoordeling voor de kwalitatieve beoordeling plaatsvinden. Daarna wordt de prijzenkluis geopend. De vraag is dus of dit in de weg staat aan het uitvoeren van een herbeoordeling en daarom een heraanbesteding de enige remedie is.

[…]

6.28.       De conclusie is dat niet aannemelijk is dat de nieuwe beoordelingscommissie bekend is met prijzen, ook niet bij benadering omdat zij die kan herleiden uit de gunningsbeslissing. Uit de afgelegde verklaringen volgt dat deze commissie daarnaast niet op de hoogte zal behoren te zijn van de eerdere beoordeling van de kwaliteit en de ranking. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat daarom niets in de weg aan het uitvoeren van een herbeoordeling. […]

[…]

6.31.       […] Uitgangspunt is dat de Opdrachtgever zich heeft te houden aan de door haarzelf voorgeschreven regels. In hoofdstuk 5 van de Aanbestedingsleidraad staat daarover:

‘5.2 Beoordelingsprocedure

Voor de kwalitatieve beoordeling van de Inschrijvingen wordt een beoordelingscommissie samengesteld. De beoordelingscommissie heeft een voorzitter die inhoudelijk niet mee beoordeelt en die toeziet op het correct volgen van de procedure. De namen van de beoordelaars en voorzitter worden vooraf niet kenbaar gemaakt. De beoordelaars zijn vijf (5) ter zake deskundigen die allen werkzaam zijn als beleidsadviseurs van de afdelingen MO/Wmo/samenleving en Mobiliteit bij deelnemende gemeenten en Provincie.(…)’

Daarnaast is er de aanvullende informatie uit de nota’s van inlichtingen. Daaruit blijkt dat het aantal beoordelaars wordt verhoogd naar zeven, met zes ter zake deskundige beleidsadviseurs van de afdeling MO/Wmo/samenleving en Mobilititeit van de Opdrachtgever en de programmanager.

6.32.       Hieruit blijkt dat het voorstel van de Opdrachtgever voor de nieuwe beoordelingscommissie niet volstaat. […] Het voorstel is:

‘- 4 Beleidsadviseurs afdelingen MO/Wmo/samenleving en Mobiliteit bij deelnemende gemeenten / provincie

- 1 WMO Consulent met (beleids-)ervaring met het doelgroepenvervoer bij deelnemende gemeente(n)

- 1 Projectleider Doelgroepenvervoer (met ervaring als beleidsadviseur) bij deelnemende gemeente(n)

- 1 Programmamanager

- (en onafhankelijk voorzitter)’

De herbeoordeling zal echter moeten worden uitgevoerd door medewerkers van de Opdrachtgever die werkzaam zijn als beleidsadviseurs, zoals vermeld in de leidraad en nota’s van inlichtingen. Ook de voorzitter, een programmamanager, zal werkzaam moeten zijn in de regio. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Opdrachtgever laten weten hieraan te kunnen voldoen. Op dit punt zal de Opdrachtgever dus een aanpassing moeten doorvoeren.

Dan meen ik weer:

https://keesvandewater.blogspot.com/2016/03/het-beoordelingssysteem.html

“[…] dat ‘het’ niet zozeer aan het (‘echte’) aanbestedingsrecht ligt. Maar dat de praktijk uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor de hoeveelheid en de ‘complexiteit’ van de (rechts-) regels.

 

Het is maar, wat we er - qua ‘inkoopteam’, ‘beoordelingscommissie’, ‘blanco aanleveren van inschrijvingen’, ‘prijs openingen’ e.d. - van (willen) maken…….”

En wat een gedoe.

Hoe dan ook.

Het is, zie bijvoorbeeld artikel 2.26 Aanbestedingswet 2012 en artikel 56 lid 1 Richtlijn 2014/24/EU, de ‘aanbestedende dienst’ (‘opdrachtgever’) die beoordeelt (motiveert en gunt).

Onbekendheid met ‘de prijzen’ is, vanwege de objectieve motiveringsplicht van de aanbestedende dienst, niet per se vereist.

En ‘Europa’ valt hier (dus) niets te verwijten.

Lees ook:

https://keesvandewater.blogspot.com/2020/09/consensus.html

en

https://keesvandewater.blogspot.com/2017/03/denkend-aan.html 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten